Vocabulaire, woordverwarringen…

 

Une épave, s’il vous plaît,’ wijs ik naar een rustiek uitziende broodbol. ‘Ah, un pavé,’ corrigeert de bakker vriendelijk, zonder een spier te vertrekken. Wel verdorie. Épave betekent autowrak. Dat weet ik toch. Pave, pavé, pavane, épave. Het valt niet mee uit al die woorden het juiste te kiezen.

De gevolgen van het verkeerde woord worden serieus als ik eters uitnodig en een extra lekker kipje bij de boer ga halen. Over de telefoon bestel ik een poule. Vanmiddag klaar, belooft de boerin en als ik eindelijk de boerderij gevonden heb, staat een grote plastic zak klaar met twee kilo kip. Een dikkerd, denk ik nog. De boerin graait wat in de koelkast en trekt twee karkassen in een ander plastic zakje. ‘Dat maakt de soep extra lekker,’ zegt ze vriendelijk. ‘Je krijgt ze cadeau.’ Ik wil zeggen dat ik geen soep ga maken, maar lekker zo’n hele kip uit de oven met een bruin korstje, maar vind zo snel de woorden niet.
Thuisgekomen plemp ik de kip op het aanrecht. Foei, die ziet er wel heel dik uit. Eerst maar eens al die huid eraf halen. Een halve centimeter vel heeft ze! Zo’n vette kip heb ik nog nooit gehad! En wat een lillerig vlees. Ik begin een beetje zenuwachtig te worden. Van de weeromstuit slacht ik het hele beest uit elkaar, alsof ik in haar binnenste nog wat heil verwacht. Niet veel soeps, daar binnenin. Een wat oud uitziend levertje. Hm. Ik besluit van dit rare beest een stoofpotje te maken, dan valt het niet zo op. Het bezoek is erg beleefd en het stoofpotjesvlees is aan de taaie kant.

De volgende dag koop ik een kip op de markt.
Une poule alstublieft,’ zeg ik tegen de dame achter haar geslachte kippen en parelhoentjes.
‘Die heb ik niet,’ zegt ze verontschuldigend. ‘Ik heb alleen maar poulets.
‘Maar wat is dit dan?’ wijs ik naar haar koopwaar.
‘Dat zijn poulets.’
‘Maar wat is een poule dan?’
‘Een poule is een ouwe soepkip. Maar wilt u niet een poulet proberen?’ Ze maakt een weids handgebaar boven haar dode beestjes. ‘Die zijn heerlijk hoor. Vooral in de oven.’

Ongeveer net zo pijnlijk is het bij de fysiotherapeut. Van al dat verhuizen krijgen we pijn in de rug dus ik maak een afspraak bij de kiné, zoals de fysio hier heet, een soort beer die net uit de grotten van Lascaux is gekropen. Hij heeft onderarmen als staalkabels, een hoofd dat direct overgaat in een ronde schouderpartij en een buik alsof hij voor het middagmaal een hele geit heeft opgevreten. De afgemeten lettergrepen waarmee hij instructies naar zijn cliënten blaft (met minstens vijf man in een soort sportzaaltje) doet niet vermoeden dat hij een lange carrière achter de rug heeft als behandelaar van ranke ruggetjes en broze nekjes bij het Parijse ballet. Mijn nek voelt na de behandeling als nieuw.
Demain, même heure,’ krijg ik als commando, waarbij het eerste woord als demèng klinkt, het Spaans-achtige plaatselijke accent.
‘Als je man ook een afspraak wil, moet je ‘m morgen maar meenemen.’

Nu zitten we dus braaf in de wachtkamer. Aan de muur hangen foto’s van snelle auto’s en uit een iPod komen de Stones en Joe Cocker. Tegenover ons zit de oude meneer Lalande een roddelblad te lezen. Mevrouw Lalande ligt in een van de behandelkamertjes op de pijnbank. Nadat hij ons heeft verteld wat er allemaal aan de rug en heupen van zijn vrouw mankeert, en ook wat er met zijn eigen lichaam mis is, houdt hij af en toe grijnzend een bladzij omhoog met een foto van een Engelse prins of een Amerikaanse actrice in compromitterende momenten.
Dan komt de prehistorische beer uit zijn kantoor en kijkt ons met opgetrokken wenkbrauwen aan zonder iets te zeggen.
Bonjour,’ zeggen we beleefd. Hij zwijgt nog steeds en kijkt Weber, die opstaat om hem een hand te geven, van boven tot onder aan.
J’ai pris mon mari,’ zeg ik om de ongemakkelijke stilte te verbreken.
Zijn gezicht klaart op en hij geeft Weber een voorpoot als een bankschroef.
‘En, is dat lang geleden?’ vraagt hij stralend.
‘Pardon?’ vraag ik.
‘Dat u hem genomen hebt!’ buldert hij en meneer Lalande kruipt diep met zijn neus in het tijdschrift.
Alle begin is moeilijk. Zeker het begin van wonen in een vreemd land.

Dit verhaal werd opgenomen in het boek Frisse Start in La Douce France.

Verwante berichten

Kaart waar er gejaagd wordt tijdens confinement

Hier is de kaart met gedéconfineerde jagers, vanaf 13 november 2020.

Faire chabrol

tijdens iedere kookweek met onze gasten vertel ik dat sommige en ik Fransen nog "chabrollen". Huh?? Was da? Neen, daar hadden ze nog nooit van...

De eerste ‘onbekende soldaat’

11 november, de dag waarop de wapenstilstand van de Eerste Wereldoorlog wordt herdacht.Een traditie van een lange en bloedige oorlog die nog steeds in...

Brive

Door: Jeroen Sweijen, bataviapublishers.com/pages/auteurs Het Keltische woord briva, dat brug betekent, is nog op verschillende plekken in het Franse landschap terug te vinden. Je denkt wellicht meteen...