Uit het leven van Gerard d’Olivat

Nestwarmte…..zijn het geen schatjes?

Vorige week met elf! hondjes van drie maanden oud in onze bestelbus naar de dierenarts geweest.
Dat maak je niet iedere dag mee. Dat kwam zo. Drie maanden geleden vonden ‘we’ hier in een stal net voor kerst een nest met elf puppies.
Net geboren, zomaar op een erf en door de eigenaar van het erf in zijn stal onder gebracht net voor de buurman de boel wilde afmaken.
De getatoueerde moederhond een 5 jaar oude bleu de Gascogne, was als jachthond afgeschaft, zomaar de straat op geschopt en was gaan zwerven.
Komt vaak voor en meestal overleven ze het niet lang en verhongeren, maar deze had ‘geluk’ en al rondzwervend onderweg was ze ook nog zwanger geworden.
Tja en daar zit je dan opeens in die stal met die hele ‘familie’ en dan bel je maar de dierenvrienden in de buurt en die komen en dan moet er ‘iets’ gebeuren.
Dan worden foto’s en verspreiding op het FB en het internet opeens heel belangrijk.
Leuk om te fotograferen trouwens en dan ga je dat gedoetje zo’n beetje volgen en hoopt op een goede afloop.
Het was gelukkig geen koude winter en in die drie maanden hoefden we ze maar een keer te verhuizen toen ze gingen rondkruipen met zijn elven, zo net met nieuwjaar en dat kun je natuurlijk in een open stal niet hebben.
Dan wordt er wel een ‘gastgezin’ gevonden die nog ergens een afgesloten ‘foyer’ heeft waar ze dan rustig heen en weer kunnen darren.
Mooie fotogenieke hondjes en dat was hun geluk, want binnen de kortste keren waren er acht van de elf ‘vergeven’.
En dan komt de grote dag. Dan krijgen ze hun eigen paspoort hun puces, een laatste controle en mogen ze de wijde wereld in.
Nog een ritje naar ACAMA 43, een particuliere dierenopvang die als een soort tijdelijke Ark van Noach functioneert….en dan worden ze opgehaald door hun nieuwe eigenaren.
Zal wel even wennen worden na drie maanden nestwarmte.
De moeder is inmiddels ook geadopteerd en wordt woensdag gesteriliseerd.
Dat is maar goed ook want hoe vertederend het ook allemaal lijkt, dat was het eigenlijk niet.
Zolang je als ‘baas’ naar goeddunken je honden zonder enige sanctie zomaar je erf af kan schoppen en sterilisatie een ver weg liggend ideaal is zal ik nog wel regelmatig moeten uitrukken om ‘vertederende’ foto’s te maken. Een beetje wetgeving zou wel op zijn plaats zijn.

Het illegale café

Ik zit in het illegale café van Yvette. Zij is met pensioen maar vond het te eenzaam zonder haar clientèle. Dus ze is gewoon op illegale voet verder gegaan. Dranken voor de kostprijs. Want ze hoeft er niets op te verdienen. De burgermeester zit er vaak, Roger et Popaul, vroegere boeren, en zo af en toe een nieuw gezicht. Jean bijvoorbeeld, een zeer breed geschouderde man die voortdurend aan het woord is. Hij vertelt dat hij ‘s winters altijd in Super Besse werkt, een wintersport station hier in de buurt. “Vertel nog eens over die Parigot” zegt Roger. “Dat vindt Anne vast mooi.” “Die Parigot? ” “Ja, die van geen geweld gebruiken”. Er komt een grote grijns op het gezicht van Jean en hij begint te vertellen: Ik stond bij de sleepliften en het was kwart voor vijf. Dan sluiten alle liften want wij willen ook op tijd naar huis. Er komt een Parigot aan die nog net een keer met de lift mee wilde gaan. “Nee, meneer. we sluiten nu U kunt niet meer met de lift mee.” “Ik heb tot vijf uur betaald en ik wil tot vijf uur skién, wat is dit voor een achterlijk gedoe.” “Meneer, alstublieft, alles sluit om kwart voor vijf, ik moet hier nog opruimen en ik wil op tijd naar huis. “Ik ga niet weg, ik wil skiën, ik heb niks met jou te maken, domme boer”. En de man probeert mij weg te duwen en de sleeplift te grijpen. Ik douw natuurlijk terug waarop die Parigot achteruit wankelt en me daar een partij begint te schelden! Ik pak de portofoon en bel Arthur op, mijn baas. “Er staat hier een Parijzenaar heel opgewonden te doen, hij wil niet weggaan maar wil skiën tot vijf uur.” “Rustig blijven Jean, ik kom er aan, en denk er om: geen geweld gebruiken! “Je kent me toch?” “Ja, daarom dus.” Arthur komt en begint rustig op de man in te praten. Maar er helpt niks, meneer wil en zal en moet skién en wij zijn een stelletje strontboeren die te stom zijn om te begrijpen dat vijf uur vijf uur is en of we wel naar school zijn gegaan om het alphabet te leren en klok te leren kijken en hij komt nooit meer naar dit kneuzen station. Árthur begint rood te worden en als de parigot ook hem probeert weg te duwen en naar de knop loopt om de lift weer aan te zetten haalt hij uit met zijn vuist en geeft hem BAMMMM een dreun. Meneer de Parijzenaar valt en begint te schreeuwen dat hij een klacht in zal dienen en dat ze nog van hem zullen horen. “Meneer, wat naar dat U gevallen bent, als U een klacht wil indienen dat de sneeuw te glad is ga ik meteen met U naar de directie, komt U maar mee, zei ik” Daar gingen we dus met z’n drieën naar de directie en vertelden dat meneer de klus kwijt was geraakt omdat hij gevallen was en een klacht wilde indienen omdat de sneeuw te glad was. De directie gaf hem een pleister en vertelde dat ze geen verantwoordelijkheid droegen voor de gladheid van de sneeuw. Toen we naar huis gingen ( ik reed altijd met Arthur mee ) vroeg ik aan hem: “Hoe zit dat nu, Arthur, met dat geen geweld gebruiken?” Arthur lachte en zei: maar Jean, we hebben geen geweld gebruikt, die meneer is gewoon gevallen. Dat komt er van als je je te veel opwindt. Iedereen lachte in het illegale café. Ik ook. Het was inderdaad een mooi verhaal.


Kerst en glamour op het platteland.

Het stormde vannacht of eigenlijk al dagen lang.
De kerstversiering in mijn ‘sous prefecture’, is alle kanten op gewaaid en de omhoog klimmende kerstmannen liggen treurig langs de kant van de weg.
Het is toch al moeilijk om de schijn van glamour en kerst op te houden maar nu zien de straten er opeens wel erg troosteloos uit. Als ik terug rijd zie ik dat ook ‘onze’ dorpskerstboom uit het lood is geslagen en ook hier hangt de kerstman als een gevallen geveltoerist ondersteboven dwaas te bungelen in de lichtjes van zijn eigen discotheek.
Zo gaat het wel erg snel bergafwaarts met mijn kerstgevoel, ook al omdat ze aan ‘kerstbomen thuis’ ook al niet doen.
Maar er gloort hoop, want op de terugrit naar huis rijd ik achter Christine de ‘thuiskapper’ van mijn buurvrouwen aan.
Coiffure a domicile!!, ze doet het kennelijk goed, want ze rijdt in een Audi met daarop allerlei ‘advertising’.
‘Glamour Coiffure Bio’, staat er in krullerige haarachtige letters op de achterklep. Die krulletters begrijp ik wel.
Maar wat ‘Bio’ te maken heeft met de permanentjes en vintagekapsels die ze hier bij ons in het dorp altijd aanleggen is mij een raadsel.
‘Glamour Coiffure Bio’, de nieuwe wereld van Christine die als een vooruit geschoven post hier wat pionierswerk komt doen. Een wereld te winnen hier in de campagne als één van de laatst overgebleven blinde vlekken op de anti-age rimpelkaart.
Als we ons dorp in rijden zwaai ik vrolijk naar ‘vintage’ Christine. Even later zie ik dat ze haar professionele apparatuur uitlaadt en begint aan haar middagklus om de vrouwen in het dorp op te pimpen.
Dat is natuurlijk wel leuk en aardig al die coiffure a domicile, maar ja, hoe vereeuwig je die momenten van ultiem uiterlijk geluk zonder een kerstboom in de kamer.
Ik mijmer wat terwijl ik naar de Audi van Christine kijk en ga terug in de tijd, de zestiger jaren, daar is het allemaal begonnen.
De ‘stal het kindeke en de kribbe’ werden achter elkaar de deur uit gewerkt en vervangen door de betoverende religie van ‘advertising and happiness’.
De kerstkapsels, kerstbomen, de kerstcadeautjes en de traditionele kerstfoto’s van kinderen maar toch vooral de vrouw des huizes bij de versierde kerstboom.
En zeg nou zelf, een beter afrodisiacum is nauwelijks denkbaar. Zo ken ik zelf toch significant meer mensen die, in de herfst geboren zijn dan in het voorjaar. Komt allemaal door die kerstbomen en kapsels.
Voordat mijn gedachtes al te ver op hol slaan, is Christine klaar bij Pierrette de 80 jarige boerin en gaat aan de overkant van de straat haar glamourkunsten vertonen bij Stephanie.
Daar is meer eer te behalen want dat is een moderne vrouw met een jong gezin die nog een toekomst voor zich heeft. Maar een kerstboom, nee die heeft ze ook niet.
Dan word ik uit mijn overpeinzingen gewekt door Eric de klusjesman van het dorp.
De wind is eindelijk gaan liggen en hij vraagt of ik wil helpen om de kerstboom weer in de oude glorie te herstellen. Met enige moeite lukt het en daar staat hij weer.
Precies tussen de lantaarnpaal en de telefooncel, een van honderd die het in Frankrijk nog gewoon doet. Aan de overkant van de weg het café- restaurant dat geen naam heeft en dat ook al meer dan vijftien jaar gesloten is.
Soms rijdt er een auto vanuit het dal omhoog. De koplampen zijn zo fel dat ze het licht van ‘onze’ boom overstralen. Ach ja glamour en kerst kom er eens om hier ver weg in Europa. Of ik het mis, eigenlijk niet, maar dat is natuurlijk ieders smaak.


De laatste vlucht van de vliegende kerstman.

Vanmiddag heeft Daniel “de vliegende kerstman” voor de laatste keer zijn rondje gemaakt hier in de dalen en dorpen.
Op een gebied, ongeveer zo groot als een kwart van Nederland, wonen er volgens de laatste telling 220.437 inwoners. De helft van de stad Utrecht.
Stelt u zich voor, Nederland zo dun bevolkt! Je zult er waarschijnlijk voor terug moeten gaan naar de tijd van de Noormannen of de Elisabethsvloed.
Zo dun bevolkt heeft zijn voors en zijn tegens.
Een van de nadelen is dat het voor kinderen een hele tocht is om ieder dag naar school te gaan en dus zijn er nog veel eenmansschooltjes in die dorpskernen die voldoende kinderrijk zijn.
Zo van die schooltjes die je in de film “Avoir et etre” ziet.
‘s Morgens vroeg komen de kinderen aan, soms niet meer dan zestien, en dan is er les.
’s Middags eten ze met zijn allen, in vaak nog van die ouderwetse schoolgebouwen waar de platen van ‘Ot en Sien’ nog aan de muur zouden kunnen hangen, alsof ze vorige maand nieuw bezorgd zijn.
Ja, en dan de feestdagen, hoe maak je daar iets bijzonders van, iets dat je meeneemt en ’s avonds thuis vertelt aan wie het maar wil horen.
“De Marseillaan”, uit mijn gemeente levert daar al enkele jaren een waardevolle bijdrage aan.
Hij heet eigenlijk Daniel, maar we houden in de streek van ‘aliassen’ en omdat hij de enige is die uit Marseille komt was de keus nogal voor de hand liggend.
Tien jaar geleden is hij arbeidsongeschikt geraakt, iets met giftige stoffen die opeens vrijkwamen bij een koelinstallatie.
Hij mist nu de helft van zijn longen en één oog.
Maar hij is een positief ingesteld mens en is niet bij de pakken gaan neerzitten.
Integendeel, hij vliegt rond en laat de tijden van de gebroeders Wright herleven.
In iets dat het midden houdt tussen een hangglider en een vliegtuig, heeft hij zich tot doel gesteld de hele regio van bovenaf te filmen en te fotograferen.
Ieder dorp, ieder stadje in de buurt krijgt hem minstens een keer per jaar in de zomer te zien.
Dan, na de zomer, in november ondergaat zijn vliegende driewieler een gedaanteverwisseling.
Ooit zelf bedacht door hem omdat hij vindt dat je ergens ‘kind’ moet blijven.
Op de voorkant van zijn ‘vliegmachien’ heeft hij eigenhandig een pluche speelgoedpaard gemonteerd en omgetoverd tot rendier.
Op de neus, van het omgebouwde dier, zit een enorm rood licht, u weet wel “Ralph the red nose reindeer”. En ook een oranje zwaailicht boven zijn hoofd op het frame, om extra op te vallen.
Vlak bij zijn huis, achter de kerk en het kerkhof, bevindt zich, op een licht glooiende heuvel, zijn start- en landingsbaan.
Om op te stijgen moet er iets van wind staan, maar eigenlijk wordt het opstijgen toch veroorzaakt door de reuzen propeller, die op bromfietsmengsmering en onder hels lawaai, voldoende thermiek veroorzaakt om hem en het hele geval de lucht in te krijgen.
Toch alles bij elkaar zo’n 160 kilo.
Zorgvuldig bereidt hij zijn vlucht voor, want de touwen van de hangglider moeten niet in de knoop raken. Dan is hij klaar.
Als een reuzenvogel, die zelf zijn vleugels moet vasthouden en laveren, steekt hij voor de start zijn hand omhoog.
“Ready to take off!!”, en daar gaat hij.
De gashendel gaat open en eerst langzaam en dan sneller komt het rendier in galop op gang.
Dan opeens komen de vleugels omhoog en dat is het kritische moment.
Alles moet nu goed gaan, ‘de arrenslee’ moet koers houden en dat valt niet mee.
Bij de eerste poging belandt hij half in de bosjes, “te weinig wind..!!!.” roept hij.
Maar bij de tweede poging gaat alles goed.
En daar gaat “de Marseillaan”, als een Icarus, de blauwe lucht in.
Als hij zo opstijgt houd ik altijd mijn hart vast, maar het gaat goed.
Hij draait, om het fotografisch een beetje aantrekkelijk te maken, een rondje door het dal en dan vliegt hij recht op me af, vlak langs de grond…, hij zwaait nog even losjes naar me, zo in de trant van “alles onder controle” en zet dan koers naar de drie schooltjes in de buurt, die vandaag op zijn programma staan.
Alles onder voorbehoud van de weersomstandigheden en in overleg met de meesters en juffen van de school.
En daar gaat hij, zo over het schoolplein, “de vliegende kerstman”…. en reken maar dat ze thuis wat te vertellen hebben.

En nu na ruim tien jaar komt daar een eind aan. In tegenstelling tot de ‘echte kerstman heeft Daniel namelijk niet het eeuwige leven. Maakt u zich geen zorgen hoor, hij is alleen te oud geworden en dan is het zelfs voor hem niet meer verantwoord om op te stijgen, zijn rondjes te cirkelen en Johoo! te roepen en zo komt er aan iedere ‘kinder-traditie’ een eind.

Maar ook na zijn laatste vlucht wenst hij u en uw familie een prettige kerst toe en daar sluiten wij ons bij aan!


De wetten van Murphy en co…

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is gerard-178x300.jpg

Het probleem van een huis in Frankrijk is dat de meeste mensen voor een afgelegen plek gekozen hebben. Helemaal ergens in de wildernis of zoals ik in toch wel een verdacht klein dorp.
Een doodlopende weg twintig huizen en 38 dertig inwoners die vooral buiten het dorp werken.
Links om of rechtsom ben je dus aangewezen op bijvoorbeeld een auto en goed functionerende warmte-, elektra- en watersystemen.
Gaat er ergens in die keten iets mis dan heb je een probleem. Als er twee schakels in die keten het opeens laten afweten dan zijn de problemen opeens niet meer te overzien. Dan moet je ingrijpen en ‘iets’ doen.
Voor klussers in huis zijn er waarschijnlijk de meeste ‘wetten’ bedacht in het hele universum. De wet van Murphy met allerlei toevoegingen en gevolgtrekkingen, de wet van Cheops ,van Weiler van Boob, van Patton afijn de lijst is eindeloos.
De aardigste wet vind ik trouwens die van Weiler: “Niets is onmogelijk voor diegene die het zelf niet hoeft te doen.”
Maar ja die wet geldt niet voor mij. Dat heet zelfredzaamheid en ook al vergeet telkens weer hoe je ooit alles aan de gang gekregen hebt, je gaat weer met goede moed aan de gang.
Het begon tien dagen geleden ‘opeens’ net in het weekeind, dat is trouwens ook altijd zo.
De boiler liet het afweten, toen ik onder de douche stond. Dat is natuurlijk logisch, altijd als je ‘iets’ gebruikt houdt het ermee op.
Aangezien vrijwel niets meer te repareren valt in onze ‘disposable’ wereld moet het altijd vervangen worden. Ok acht/negen jaar voor een boiler is niet onverdienstelijk. Twee dagen zonder warm water, vervelend maar overkomelijk. Maandag een nieuwe boiler gekocht.
Een nieuw model in een van naam veranderde keten, maar de maten en details klopte volgens de verpakking en dat werd nog eens bevestigd door de verkoper.
Toevallig had ik de volgende ochtend een afspraak met mijn dorpsgarage voor de vervanging van een injectie voor mijn citroen diesel. Een standaard reparatie, best wel gepruts met die compacte inbouw motoren maar toch. ‘s Morgens brengen, ‘s middags klaar.
Ik kreeg zijn eigen 4W drive mee, want we kennen elkaar goed. De dag goed besteed aan het demonteren van de boiler en het plaatsen van de nieuwe, samen met mijn echtgenote. Best zwaar dat jongleren met zo’n ding ,maar het ging nog net ondanks onze leeftijd.
Aii probleem!!. De maten klopte wel, maar de aansluitingen zaten toch net weer anders en op hetzelfde moment belt mijn garagist dat ze de ‘injectie’ niet los kunnen krijgen.
Hij heeft zijn auto nodig en ik sta daarna en beetje somber met hem onder mijn motorkap te staren naar al dat gehannes.
Schoongemaakt en maar in een soort badje met kruipolie gezet…. dan komt hij wel los…. morgen! Maar hij heeft geen vervangende auto.
Ok dan maar nog een dag zonder auto!
Thuisgebracht door de moeder van de Garagehouder. Even wat gekletst. Daarna nog even naar mijn werkplaats gelopen om te kijken of ik nog passende koppel en verlengstukken voor de boiler had. Nee natuurlijk niet! Er zijn zoveel maten en verloopstukken dat je ze nooit zomaar in huis hebt! Nou vooruit dan nog maar een dag zonder auto en warm water….
Omdat het aldoor maar weer één dag is sla je je er wel doorheen en eet je bovendien langzamerhand je ijskast leeg.
Want van dinsdag werd het woensdag…. en donderdag… .en vrijdag! ‘Moeilijk moeilijk’ was aldoor de boodschap aan het eind van de middag.
Vrijdag werd het toch nijpend, inmiddels toch ruim een week geen vervoer, geen boodschappen en een week zonder warm water.
Nog maar weer eens voor de zoveelste keer door de loodgieters spullen heen gelopen, onder het motto je weet maar nooit!
Hoe kom je het weekeind door? Je wordt in een keer voor je gevoel teruggeworpen naar de ‘middeleeuwen’.
Je beseft in één week hoe afhankelijk we eigenlijk zijn van onze voorzieningen en welvaarts-wereld.
Je krijgt fantasieën om te maar te verhuizen naar een appartement boven een winkelcentrum en meer van dat soort vreemde gedachtes.
Om die gedachtes de kop in te drukken ben ik ‘s middags maar even naar ‘mijn’ garage toegelopen.
Toch ruim een half uur door de bossen en de velden en nog maar wat somber onder de motorkap gekeken. De injecteur was vervangen maar nu wilde mijn auto maar niet starten…. was er een strategie?… nou eigenlijk ook niet?
Dat heb je in die digitaal aangestuurde wereld, er is nooit een strategie als er een ‘probleem’ is. Na een urgent gesprekje met hem kreeg ik voor het weekeind de auto van zijn vrouw te leen. Misschien opslepen! bedachten we nog voor we het weekend ingingen.
De opluchting die je dan ervaart in een auto is groot, je bent mobiel, je kunt opeens boodschappen doen. Opgelucht doe je je verhaal bij de cassiere die je kent en die je de hele week al gemist had.
Dan naar de ‘doe het zelf’ winkel om in al die bakken met verlengstukken, bochtjes en verloopstukken te graaien en je hart te luchten bij een meelevende klussende lotgenoot. Dat is het voordeel van ‘rampen’ je praat wat van je af.
Daarna verdwijnen de donkere wolken van Murphy toch vrij snel uit je bestaan.
Klusje snel geklaard met de koppelstukjes divers en de ijskast vol met voedsel. Voor de zekerheid maar voor ruim een week. Maandagochtend warm gedoucht en om half negen gemeld bij mijn garagist om de auto van zijn vrouw terug te brengen, want die moest naar haar werk.
En wonder o wonder, de auto opgesleept en na twintig meter sloeg de motor aan en dan doet hij het ook. Een soort digitale wederopstanding eigenlijk want doet hij het een keer, dan is het goed!
Klusje geklaard en fluitend naar huis gereden. De wetten van Murphy en co kunnen weer voor even de kast in.

Verwante berichten

Verhaaltje over paddestoelen (Asjha vd Akker)

Er zwaait een oude vrouw in regenjas naar ons, maar ik herken haar niet. Als we dichterbij komen zie ik dat het onze buurvrouw...

Even…

  In La France Profonde is er in elk geval één Nederlands woord waar geen vertaling voor bestaat en dat is ‘even’. Er gaat hier...

De Franse kus

De eerste keer dat ik in aanraking kwam met de Zuid-Europese zoen-gewoonte was toen ik in het Utrechts volwassenenonderwijs een klasje met Engels-lerenden had....

Eten (deel 1 en 2)

Eten (deel 1) – verhaaltje voor de woensdag van www.ankescript.com In het land waar het goed eten is, wordt er over weinig zoveel gepraat als over...