STILTE

Door: Frans Brugman
Een van de mooie dingen van het wonen op het Franse platteland is, wat mij betreft, de afwezigheid van verkeerslichten. Wel komen er steeds meer rotondes en niet te vergeten ook verkeersdrempels. Meestal liggen ze voor de Mairie of de school. Het lijkt wel of elk dorp, dat een beetje mee wil tellen, zo’n drempel moet hebben.
Het vervelende van die dingen is, dat ze allemaal verschillend van hoogte zijn. Denk je net te weten met welke snelheid je ze kunt nemen, dan komt er ineens een die net een beetje hoger blijkt te zijn. Het blijft oppassen dus. Maar ja, daar zijn ze ook voor bedoeld.
Onze boodschappen halen we meestal in een grotere plaats niet zo ver bij ons vandaan.
Om daar te komen moet je door twee kleine dorpen. In een daar van ligt, als het maar even mooi weer is, een jonge vrouw te zonnen. Ze is mooi, ze is bruin en ze draagt een piepkleine bikini.
Tot zover niets aan de hand zou je zeggen. Nou wil echter het ongelukkige toeval, dat precies op de plek waar die vrouw ligt te zonnen zo’n verkeersdrempel is gemaakt.
Die is zo hoog, dat je met je auto bijna stil moet staan om hem zonder schade te kunnen passeren.
Als je bijna tot stilstand gekomen bent, geeft dat de gelegenheid om een beetje om je heen te kijken.
Nou is er aan de linkerkant een blinde muur, en rechts ligt die vrouw. In zo’n geval ontkom je er haast niet aan, dat je blik onwillekeurig even naar rechts afdwaalt.
Toen we op een keer terug kwamen van boodschappen doen en de bewuste plek waren gepasseerd, werd het plotseling stil in de auto. Nou zal je misschien denken dat er maar één soort stilte is, maar daarin kan je je toch vergissen. Je hebt zo’n stilte waarin je beiden geniet van de natuur en van de mooie dingen om je heen. Je begrijpt elkaar dan zonder iets te hoeven zeggen. Impulsief voelde ik aan, dat daar in dit geval geen sprake van kon zijn. Ook heb je soms een stilte, waarin je elkaar niets meer te zeggen hebt, maar ook dat leek niet het geval. Dit was meer zo’n drukkende stilte. Zo’n stilte, die vooraf gaat aan de storm zal ik maar zeggen.
“Is er iets?”, vroeg ik.
“Nee”, was het antwoord.
Na een paar kilometer probeerde ik het nog een keer.
“Weet je zeker dat er niets is?”.
“Nee, zeg ik toch!”, was het antwoord.
Kijk, en op zo’n moment weet je zeker, dat er wel iets aan de hand is!
Na nog een beetje vissen, kwam eindelijk het hoge woord er uit: hoe ik het in mijn hoofd haalde om elke keer weer te stoppen om naar zo’n grietje te kijken dat zich behaagziek in de zon lag te wentelen. Ik zou mijn ogen uit mijn kop moeten schamen! Het was gewoon te gênant voor woorden!
“Heb je wel eens gezien dat daar een verkeersdrempel is?”, vroeg ik.
Nee, dat was haar nog nooit opgevallen. Tja, dan is het maar goed, dat iemand in deze auto zijn blik op de weg weet te houden, was mijn antwoord.
Toen was het weer even heel stil in de auto……………

Vorig artikelHoephoephoep door: Asjha vd Akker
Volgend artikelLa Poste

Verwante berichten