Oui, ça va, ça va

Door: Kees Wijnen

Een van de dingen die het wonen in Frankrijk zo leuk maakt is om de verschillen te ervaren tussen de Franse en de Nederlandse cultuur. Zo zijn er een aantal Franse gebruiken waar wij Hollanders maar moeilijk aan kunnen wennen en zijn er natuurlijk ook Nederlandse gewoontes waar de Fransen van gaan fronsen.

Neem bijvoorbeeld het begroetingsritueel. Stel François wil even de heggenschaar van zijn buurman Jean-Claude lenen dan gaat dat als volgt:

‘Bonjour Jean-Claude, comment ça va ?’
‘Ah, bonjour François, oui ça va, et vous ça va ?’
‘Oui, ça va, ça va’

Vervolgens ontstaat er een praatje dat helemaal nergens over gaat en waarbij de laatste roddels de revue passeren.

Weer later vraagt Francois geheel ter loops ‘Ah Jean-Claude puis-je utiliser votre taille-haie un jour ?’

‘Oui, bien sûr, pas de problème. Je viendrai et l’amènerai dans la semaine, ok ?’

In Nederland zou dat als volgt zijn gegaan:

‘Hoi Jan, kan ik effe je heggenschaar lenen?’
‘Tuurlijk Frans, hier is ie, breng ‘m morgen wel weer terug hè.’

Wanneer een Nederlander zo zijn Franse buurman zou benaderen, dan wordt dat absoluut als heel bot ervaren. Hij zal dat echter nooit laten blijken. Het “ça va, ça va” protocol is voor de Fransman essentieel en hoort stee vast bij het begroetingsritueel.

Zo bestaat er een alleszeggende Franse tegeltjeswijsheid:

Grappig is ook dat je iedereen dient te begroeten die in een bepaalde ruimte aanwezig zijn. Stel je haalt bij je lokale garageman je auto op en in de werkplaats staan nog 3 anderen te wachten, dan begroet je iedereen met een handdruk en een “bonjour”. Doe je dit niet dan vindt iedereen je maar een rare snoeshaan. Dat vinden ze toch al, omdat ze al zien dat je geen Fransman bent.

Persoonlijk vind ik het best wel irritant wanneer een winkelbediende of kelner of zo je in het Engels aanspreekt, met name de jongeren. Hij heeft aan je snuit al gezien dat je niet Frans bent. In het begin sprak ik dan maar ook Engels, maar na een paar zinnen ging ik maar over in het Frans omdat zijn Engels net te verstaan is. Nu geef ik altijd meteen in het Frans antwoord.

Het duurde ook even tot ik door had hoe Fransen tijdstermijnen aanduiden. Als je aan een Fransman vraagt hoe laat hij komt, zal hij nooit nooit nooit een tijd noemen. Hij zal hooguit iets zeggen als “j’arrive fin de l’après midi” of zo iets.

Zo is:
J’arrive le matin ergens in de ochtend
J’arrive fin de la matinée ergens tussen 11 en 12
J’arrive à midi ergens tussen 1 en 2
J’arrive l’après midi rond een uur of 3 of 4
J’arrive fin de l’après midi rond een uur of 6
Als ze zeggen:
A bientôt wil dat zeggen tot straks
A tout à l’heure betekent tot zo meteen
A tout de suit is ik kom nu

Nederlanders staan erom bekend dat ze direct zijn, te direct voor de Fransman. Wij maken graag snel goede afspraken en we zijn snel boos als die niet nagekomen worden. Fransen zijn hierin veel losser, houden een slag om de arm, waarbij het begrip “demain” zeker niet altijd morgen is! Daar kunnen wij maar moeilijk aan wennen. Als je met een artisan een afspraak maakt voor een klus en hij zegt dat hij morgen komt dan wil dat niet per sé zeggen dat ie morgen ook komt. Vaak moet je, na een paar weken niets meer gehoord te hebben, nog maar een paar keer bellen om te vragen wanneer hij nu eigenlijk komt. Er volgen dan duizend excuses en dat hij een spoedklus had. Maar morgen kom ik . . .
Nou moet ik zeggen dat het hier in de Lot et Garonne reuze meevalt en je in dit deel van Frankrijk goede afspraken kunt maken, maar toen we in de Aveyron woonden op het platteland was dat wel even anders! Pas als je dreigde de klus af te blazen kwamen ze, maar dan gingen ze er ook flink tegenaan. Als hij echter aan het eind van de dag naar huis gaat en zegt “A demain” en vervolgens al zijn gereedschap meeneemt, dan kun je er donder op zeggen dat hij er morgen dus niet is, maar elders een spoedklus heeft.  Je moet dan maar afwachten wanneer hij weer verder gaat met de klus.

Een ander fenomeen waar Nederlanders maar moeilijk aan kunnen wennen is het kussen tijdens de begroeting. Ook mannen kussen elkaar. Hoeveel keer hangt af van de streek en varieert van 2 tot 4 keer. Hier kust men 2 keer. Voor meer duidelijkheid hierover zie https://www.combiendebises.com/ Vrouwen kussen elkaar al heel snel. Mannen houden het wat langer bij een stevige handdruk. In de regel kussen mannen als ze goede vrienden zijn. De vraag is alleen, wanneer ben je goede vrienden? Altijd een moeilijk punt, wanneer ga ik nou beginnen met kussen??
Hetzelfde geldt voor tutoyeren of houd je het nog maar bij vousvoyeren. Altijd een dilemma. Probleem voor ons Hollanders is alleen dat zodra je gaat tutoyeren je ook de hele grammatica moet aanpassen. Je moet immers de werkwoorden anders vervoegen. Bij Vous had je het nu net aardig onder de knie, bij Tu moet je weer omschakelen en nadenken.

Ook grappig is dat de Fransen, naast het feit dat ze de “H” niet uit kunnen spreken, altijd maar dan ook altijd bij ieder woord de klemtoon op de laatste lettergreep leggen. Ze kunnen niet anders. Ook als ze Engels spreken leggen ze de klemtoon op de laatste lettergreep. Hiermee verkrijg je het typische “allo, allo” accent. Kijk eens op https://www.youtube.com/watch?v=4s83Nh_N7-I en hoor hoe dit tot komische misverstanden kan leiden.

Meer artikelen lezen van deze auteur? Klik HIER.

 

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf hier je reactie
Vul hier je naam in

Verwante berichten