Joost en Renée

Door: Kees Wijnen

Aan de andere kant van de heuvel woonden Joost en Renée op La Pilière Basse, een onbewoonbaar verklaarde woning en tevens een onverklaarbaar bewoonde woning. Ik zeg woonden, want alleen Joost woont er nog, Renée is vertrokken.
La Pilière Basse is één van de vele boerderijen in de Aveyron die sinds de vijftiger jaren leeg stonden, omdat de bewoners van toentertijd door een economische recessie hun geluk elders gingen zoeken. Nadat de boerderij tot een ruïne was vervallen, kocht Joost la Pilière Basse samen met zijn vriend, voor een habbekrats. Door een chronisch gebrek aan geld slaagden ze er niet in om deze ruïne te transformeren naar een woonomgeving die voldoet aan de maatstaven van deze moderne tijd. De vriend van Joost gaf er de brui aan. Joost echter zat helemaal niet te wachten op een woning zoals we ons allemaal een woning voorstellen.
Joost ging aan de slag en creëerde op la Pilière Basse midden in de natuur en verstoken van de meest elementaire zaken als elektriciteit, telefonie, riolering en stromend water, zijn eigen paradijsje, op zijn eigen onnavolgbare wijze. Met zijn moestuin, zijn kippen die hem een eitje gaven, zijn eenden en kennis van planten, kruiden en paddenstoelen kon hij zijn kostje bij elkaar sprokkelen. Ook een aangereden vos of konijn, die hij af en toe vond, bracht wat afwisseling in zijn dieet.
Er kwamen regelmatig getormenteerde en vastgelopen jongelui bij Joost langs, op zoek naar de zin van het leven, die daar bij Joost iets van terug vonden. In ruil voor kost en inwoning leverden zij hand -en spandiensten om de ruïne steeds leefbaarder te maken. Er werden bomen gekapt om balken te maken, gaten gegraven voor een compost WC, plastic slangen van de déchèterie om een bevloeiingssysteem aan te leggen en spaden in de grond gestoken om een moestuin aan te leggen. Met wat oude ramen van de kringloopwinkel werd een serre gemaakt.
Joost moest niks hebben van gipswanden, gasbetonblokken, purschuim, kliklaminaat of siliconenkit. Nee, Joost bouwde met hout uit zijn eigen bos, vooral bambou, omdat het zo licht en sterk is en niet rot en stenen van de ingestorte delen van de boerderij. De enige concessie die Joost deed was hier en daar een plastic zeil.

‘s Winters was het wel iets meer afzien. Als het gevroren had, stopte de watertoevoer, omdat de slangen die naar zijn bron liepen bevroren waren. De bron zelf was ook een bonk ijs. Joost moest dan noodgedwongen met een paar jerrycans water gaan halen bij de boer. Dat leert je wel zuinig met water om te gaan. De kachel kreeg de slaapkamer gelukkig wel op temperatuur en met een paar dikke dekens was het te doen.

Zo kwam op een dag Renée langs. Renée, in hart en nieren een van creativiteit bruisend theaterdier, zwierf al haar hele leven in een gammele kampeerbus over de wereld. Zij zag wel wat in la Pilière Basse en in Joost. Zij besloot hier voorlopig eens te blijven. Joost vond het goed en samen bouwden zij met de zeer beperkte middelen die ze hadden het plekje van Joost uit tot een zeg maar curieus domein.
Om het hoofd boven water te houden gaf Renée zo nu en dan een theatervoorstelling en deed her en der wat klussen in de wijde omgeving, terwijl Joost liever thuisbleef en afwachtte wat de tijd hem bracht. De relatie tussen Joost en Renée was nooit helemaal helder. Hadden ze nu een verhouding, waren ze maatjes?

Tijdens onze wandelingen brachten we op z’n tijd een bezoekje aan la Pilière Basse om er een kopje thee te nuttigen. Uiteraard kruidenthee getrokken van wilde munt, verveine en andere ondefinieerbare plantjes, waarvan Joost zeker wist dat het heel goed was voor je gestel. Joost was vroeger hovenier en leek bijzonder goed op de hoogte van alle plantjes en wat ze met je deden.

We zaten dan in de keuken aan de thee. De keuken bevond zich op een binnenplaatsje en werd met een plastic zeil beschermd tegen de elementen. Er stond een oud roestig  houtgestookt fornuisje waar ze hun maaltijden op klaar maakten.
“Kijk” zei Renée “met gedroogde sinaasappelschillen maak ik het vuurtje aan”.
En inderdaad die schillen maakten onder luid geknisper in een mum het vuur aan, waarna Joost de zwartgeblakerde fluitketel op het fornuis zette. Nog even een paar mokken opduikelen en we zaten aan de thee met zelfgebakken kaakjes.
Ik vroeg aan Joost en Renée of het een idee zou zijn wanneer wij op gezette tijden met onze gasten la Pilière Basse aan zouden doen tijdens een rondwandeling, waarbij Joost ze een rondleiding zou geven, Renée een theater act zou opvoeren en we er een eenvoudige lunch zouden kunnen nuttigen. Dat zou dan tevens wat geld in het laatje brengen, toch?
Dit leek hun wel wat, dus na een paar weken toog ik, samen met 16 gasten naar Joost en Renée. Ik had onze gasten al enigszins voorbereid en vertelde hen tijdens de wandeling een beetje over de achtergrond van ons illustere duo.
Renée wachtte ons halverwege al op en leidde ons als een bosfee verder diep het woud in naar hun verborgen paradijs in de jungle.
Eenmaal daar vielen onze gasten van de ene verbazing in de andere!
“Hoe kun je nou leven in zo’n ruïne! Er zit niet eens een dak op!”
“Geen stromend water, nou ja, een plasticslang waar wat water uitdruppelt”
“Geen warm water?” “Nee, geen warm water”
“Hebben jullie ook elektriciteit?” “Ja hoor, kijk daar ligt ons zonnepaneeltje. Levert maar liefst 100 watt!”
“Hebben jullie ook een wasmachine?” “Tuurlijk, kijk hier in deze teil doen we de vuile was. We doen er groene zeep in en met deze stok slaan we zuurstof in het water. Werkt perfect!”
“En waar is jullie WC?” “Daar” en Joost wees naar een van takken en zeildoek opgetrokken afdakje met een gat in de grond met stro. “Dat is onze biologische zaagsel WC”.
Joost leidde iedereen verder rond en liet ze alles zien, zoals de grote moestuin, de kassen, de sauna, de natuurstenen broodoven, het kippenhok, en in het deel waar nog een dak op zat hun slaapkamer en woonkamer voor ’s winters.

Je merkte dat alle gasten steeds meer waardering en bewondering kregen voor de levensfilosofie van Joost en Renée. Na een geweldige theatershow van Renée togen we aan de zelf in elkaar getimmerde tafel en werd er druk gediscussieerd over het hoe en waarom. Iedereen genoot van een getrokken soep van tuinkruiden en groenten uitgeserveerd in een bonte verzameling van borden en kommen. Terwijl Joost vertelde over het kosmische heelal, het gevaar van wifi straling, de snode plannen van het kartel en hoe je jezelf kon genezen met kruiden en paddenstoelen, serveerde Renéé een grote salade van tuinkers, winterpostelein, wortel, eikenblad sla, tijm, tomaatjes, ui, kardemon, en een zelfgemaakte mayonaise, uiteraard allemaal producten van eigen bodem, waarna de maaltijd werd afgesloten met een kaasplank en zelfgebakken speltbrood en een kop koffie met een plakje cake.

Na de maaltijd hoorde ik een van de gasten tegen haar vriend fluisteren:
“Jan, ik moet naar de toilet”
“Ja nou en, dan ga je toch!”
“Ja maar ik ga toch niet boven zo’n gat hangen! Heb je dat hok gezien?”
“Waarom niet, kom op joh!”
“Er zit geen deur in dat hok!”
“Wat maakt dat nou uit!!”
“Ik wil wel dat je op de uitkijk gaat staan, anders kan ik niet!”

Aan het eind van de middag speelde Renée nog gitaar en zong wat liedjes, terwijl Joost vertelde hoe hij door het leven laveerde zonder ziektekostenverzekering.
Rond een uur of vier werd het bezoek afgerond en wandelden we, heftig discussiërend, via een andere route weer huiswaarts. Thuis aangekomen was iedereen behoorlijk onder de indruk van die middag.
“Heerlijk zo leven in Frankrijk zonder hypotheek, zonder stress, zonder werkdruk”
“Ik zou ook best zo willen leven, maar dan voor een week of drie of zo . . . “
“Ik zou toch wel m’n wasmachine missen en m’n TV en strijkijzer en . . . ”.
En zo werd er nog een dik uur door gediscussieerd.

Klik HIER als je Joost wil volgen.
Klik HIER als je Renée wil volgen.

 

 

Meer artikelen lezen van deze auteur? Klik HIER.

1 REACTIE

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf hier je reactie
Vul hier je naam in

Vorig artikelJe n’ai pas bien compris
Volgend artikelDure voiture

Verwante berichten