Eten (deel 1 en 2)

Eten (deel 1) – verhaaltje voor de woensdag van www.ankescript.com
In het land waar het goed eten is, wordt er over weinig zoveel gepraat als over eten. Vooral in de winkels waar je dat eten kunt halen, en dan hebben we het niet over de Intermarché maar de slagerij van meneer Mistou. Het lijkt er wel een kroeg, hoewel de echte kroeg zich naast de slagerij bevindt en bereikbaar is via een doorbraak van minstens één geheime gang. Wanneer je de slagerij binnenstapt en hij is leeg, moet je dan ook altijd even hard ‘coucou’ roepen omdat meneer Mistou graag bij de buren is. Dat alles ten spijt doet zijn vitrine niet onder voor een bar. Een echte mannenbar. Allerlei soorten mannen van de streek staan losjes tegen de slagersbar geleund en kletsen over, ja, eten dus. Ook wel over hoe je slacht, maar dat ontgaat me meestal omdat ik de vaktaal niet beheers en omdat het plaatselijke accent soms een beetje binnensmonds en bliksemsnel gaat als de Lotois en Périgourdins onder elkaar zijn. Als ik op mijn beurt sta te wachten, maak ik me zo onzichtbaar mogelijk omdat ik zoveel mogelijk wil opvangen van deze gratis lesjes Zuidwestfrans. Ik spits mijn oren extra als één van de mannen aanstalten maakt om iets te gaan kopen van meneer Mistou. Wie zoveel over eten kan praten, weet vast ook alles van hoe je dat eten klaarmaakt.

Een grote man met een grijze krulsnor maakt zich los van de vitrine-bar en wijst een dik stuk rundvlees aan. Anders dan in Nederland liggen er vooral grote onderdelen beest in de vitrine, waarvan de gewenste hoeveelheid wordt afgesneden. De vraag is dan niet ‘hoeveel gram’ maar ‘hoeveel personen’, waarop ik dan het beste kan antwoorden met één grote en een kleine, anders sta ik straks buiten met een pond vlees voor twee personen.
Bij de halve koe waar de meneer met de krulsnor naar staat te wijzen, ligt een kaartje met boerderij van afkomst: familie Florenty uit Gindou. Dat moet een aanbeveling zijn in zo’n kleine gemeenschap. ‘Het moet wèl goed zijn hoor, heel erg mals,’ zegt de meneer met de krulsnor. ‘Voor de bourguignonne?’ vraagt Mistou. ‘Eh oui.’ De slager pakt het zware stuk op, zijn onderarmen spannen gevaarlijk. Hij dondert het beest op een snijplank ter grootte van een pallet en pakt zijn slagersmes. Als hij uitgesneden is, zeg ik gauw dat hij het stuk kan laten liggen. De klant en twee andere mannen aan de bar kijken allemaal op.

‘Ah!’ roept er eentje. ‘Wat gaat u maken?’
‘Wat raadt u aan?’ vraag ik terug. Nu wordt het lachen. Iedereen begint tegelijkertijd advies te geven. En dat doen ze met serieuze gezichten, want met eten en met dames dol je niet. Is me vaker opgevallen: in veel mannen van de France Profonde huist nog steeds de chevalieruit de Middeleeuwen. Ze eten nog liever hun pet op dan dat ze een vrouw met snedige opmerkingen en flauwe grappen om de oren slaan.

Ik ga dan ook naar huis met drie recepten. Een bourguignonne, een stoofpotje met uien en pruneaux d’Agen en eentje voor een heilzame soep met topinamboursen wat je verder aan groente over hebt. Je wordt er nooit stommer van, van zo’n kroeg.
Fragment uit ‘Frisse start in La Douce France’ (2017, Uitgeverij Grenzenloos).
Voor meer verhalen kunt u terecht op https://www.ankescript.com/category/boeken-nederlands/

eten (deel 2)

Er valt een uitnodiging in de bus voor een etentje. Afzender is een gemeente een eindje verderop in de Dordogne. Een maaltijd zoals er een hele hoop zijn het hele jaar door. Het concept is eenvoudig doch doeltreffend. Je dokt tussen de dertien en zeventien euro en dan krijg je een zesgangenmaaltijd voorgeschoteld. Je zit aan hele lange tafels met honderd lotgenoten en weet zeker dat je de hele middag van de straat bent – want meestal gaat het om een middagmaal. Inclusief wijn en apéritief, dus dan weet je dat je de rest van de dag niks meer hoeft te plannen.

Deze uitnodiging is weer allerschattigst: een A-viertje met van het internet gehaalde en niet allemaal even scherpe plaatjes van wat ons te wachten staat: schotels met salade en pasta, friet voor de kleintjes, geitenkaasjes, een glaasje met bubbels en wat niet al.
De tekst luidt deze keer: ‘Een gezellige maaltijd met jagers, eigenaren en inwoners van onze omgeving’. Het jachtseizoen is namelijk weer begonnen en wellicht is dit een manier om even contact te maken voordat er onenigheid komt omdat een groepje opgewonden mannen met geweren en honden (‘jagers’) op een onzalig tijdstip verdwaald is op iemands terrein (‘eigenaren’) en dan de rest van de gemeente (‘inwoners’) zich er tegenaan moet bemoeien om verhitte gemoederen te sussen (‘geef die mensen een reeboutje’). Maar we besluiten kranig te zijn en zeggen tegen elkaar: ‘en we gaan NIET!’ Niet dat we iets tegen jagers, eigenaren of inwoners hebben. Of dat we onze buurtgenoten niet willen ontmoeten.

Het is meer dat we de vorige maaltijd nog vers in ons geheugen hebben.

Die begon om half één met een aperitief, en omdat de cateraar nog bezig was, werden het meerdere aperitieven. Het was inderdaad erg gezellig, we zagen een hoop buurtgenoten en werden voorgesteld aan wie we nog niet kenden. Vervolgens namen we plaats aan hele lange tafels – misschien waren er wel vierhonderd eters – en constateerden dat het een snikhete dag was, die nog heter leek omdat we onder een overkapte feestruimte zaten.

Nu moet ik er bij zeggen dat het eten meer dan verrukkelijk was. Er was een soep met bospaddestoelen en room. Er was kraakvers brood. De wijn was van Vin de Domme, de wijnboer uit onze gemeente (dit is reclame voor hun rood en rosé maar echt, ga het proberen als je in de buurt bent. Ze laten je alles proeven, de lieverds). Het hoofdgerecht, een mals reegebraad met een delicaat sausje, knapperige boontjes met wilde-zwijnen-spek omhuld en aardappeltjes met peterselie en grof zeezout. Hoe krijg je het voor elkaar met vierhonderd eters! De salade was gewoon zoals hij moet zijn: vers, fris, bio. De kaasjes waren allemaal op kamertemperatuur en er werd breed bij gegrijnsd. De hoogbejaarde dame naast me (Parisienne, witte blouse met kanten kraagje en mouwtjes, tere vingertjes, grote ogen, impeccabel gecoiffeerd) fluisterde dat het een veel te hete dag was voor zoiets maar dat ze het eten niet graag had willen missen. En dan het toetje. Een tarte tatin met een knapperig korstje dat smolt op de tong. Het was niet te geloven.

Waar zeur je over, zult u zeggen. Zo’n mooi eten voor die prijs, dat het uit kan! En het mooiste was nog de tombola. Je kon lootjes kopen en de trekkingen waren bijna eindeloos. De prijzen waren grote stukken wild uit één van de drie vriezers die naast het podium waren opgesteld. Het was immers de jagersvereniging die het etentje had georganiseerd. En toen de trekking na een half uurtje was afgelopen, riep de opper-jager door zijn microfoon: ‘En iedereen die niks gewonnen heeft, mag naar voren komen voor een stuk vlees.’ Dat werden uiteindelijk toch drie reuzenbouten per persoon, want die vriezers moesten kennelijk leeg.

Je hoort me ook niet zeuren. Het was alleen kwart voor zes toen we weer thuis waren, zo krachteloos en gammel van zes gangen met drank dat je eigenlijk alleen nog maar in bed kunt gaan liggen. Anderzijds, als buitenlanders moeten we leren dat alles hier een beetje meer tijd kost. Maar vijf uur voor een lunch uittrekken is een beetje vermoeiend.

Al moet je je best doen om er de volgende keer niet wéér in te stinken. De uitnodigingen zijn zo lief.

Dit verhaal werd opgenomen in het boek Frisse Start in La Douce France. Om te bestellen, cliquez ici.

Vorig artikelOervriend
Volgend artikelDe Franse kus

Verwante berichten

De vloggende bestemming

Na een complete metamorfose van mijn brandweercamper, waar vele uurtje werk in hebben gezeten is het nu tijd om de hort op te gaan...

Verhaaltje over paddestoelen (Asjha vd Akker)

Er zwaait een oude vrouw in regenjas naar ons, maar ik herken haar niet. Als we dichterbij komen zie ik dat het onze buurvrouw...

Even…

  In La France Profonde is er in elk geval één Nederlands woord waar geen vertaling voor bestaat en dat is ‘even’. Er gaat hier...

De Franse kus

De eerste keer dat ik in aanraking kwam met de Zuid-Europese zoen-gewoonte was toen ik in het Utrechts volwassenenonderwijs een klasje met Engels-lerenden had....