(R)emigratie-stappen

Door: Wim van teeffelen

Als je goed bent voorbereid op je emigratie naar Frankrijk (zie alle voorgaande stappen, beschreven in afzonderlijke stukjes op deze site) dan staat niets de definitieve overgang naar Frankrijk meer in de weg. Ik sla dan het in tranen afscheid nemen van de buren en het inpakken van dozen maar even over, daarvoor kijk je maar naar ‘Ik Vertrek.’

Je emigratie is een feit, zodra je bij je Nederlandse gemeente hebt gemeld dat je wenst te worden uitgeschreven uit het BRP (Basis Registratie Personen, voormalig GBA) en te worden ingeschreven in het RNI (Registratie Niet Ingezetenen) en dat doe je met achterlating van je Franse adres. Sommigen willen liever niet hun Franse adres achterlaten, maar dan krijgen ze de status van fiscaal vluchteling en daar houden onze vrienden bij de belastingdienst niet zo van. Dat komt je te staan op een conserverende aanslag van de Nederlandse belastingdienst. Op de vervelende consequenties daarvan wil ik hier niet ingaan.

Aangekomen in Frankrijk beginnen de meesten met het uitpakken van de dozen en het aanpakken van al die opknap- en tuinklussen die er altijd te doen zijn bij een Frans huis en vaak zelfs met hele zware verbouwingen. Uit de verhalen van klanten (en eerlijk gezegd ook uit mijn eigen herinnering toen wij naar Frankrijk emigreerden) is de neiging in die eerste fase heel groot om alle activiteiten naar binnen te richten: er is nog zoveel te doen in en om het huis en je bent samen met je eigen familieleden en dat is wel zo vertrouwd. De verleiding is groot om de enge bureaucratie en de nieuwe, grotendeels onbekende omgeving, voorlopig nog maar even buiten te sluiten.
Toch is het verstandig om elke dag minstens een uur uit te trekken voor administratieve zaken, waarin je jezelf verplicht om iets ‘buiten’ te regelen. In geval je emigreert met leerplichtige kinderen, gaat het goed onderbrengen/inschrijven op de lokale school (en het regelen van de bijlessen Frans voor de kinderen) voor alle anderen klussen en zeker voor het ophangen van de gordijnen!
Hierbij een lijstje met dingen die je het best in de eerste maand na aankomst in Frankrijk kunt regelen:

1. Een Franse bankrekening.
Dat kan ouderwets bij het bijkantoor van een van de grote Franse banken in je regio, of online bij één van de internetbanken. Om een bankrekening te kunnen openen is minimaal de attestation notaire nodig (dat is de verklaring die de notaris afgeeft op de dag van ondertekening van de acte authentique van je koophuis) of anders een formeel huurcontract. En natuurlijk je paspoort. Ik wil hier niet de discussie weer doen oplaaien over cheques, maar bij een klassieke bank kun je er voor kiezen om ook een gratis chequeboek te ontvangen. En er zijn nog steeds omstandigheden in Frankrijk waarbij cheques heel handig kunnen zijn. We houden in Frankrijk met zijn allen de illusie in stand dat cheques gratis zijn (inclusief het opsturen en inclusief de honderden mensen in Metz en Lille die zijn ingehuurd om onleesbare cheques te lezen), maar de kosten zijn natuurlijk verwerkt in de maandelijkse vergoeding voor het in stand houden van de rekening, die in Frankrijk fors hoger is dan wat je in Nederland gewend was.

2. De nutsvoorzieningen.
Drinkwater, elektra (eventueel gas), internettoegang, wifi, eventueel vaste telefoonlijn. Heel veel van deze leveranciers eisen van een nieuwe bewoner van Frankrijk zonder krediethistorie een automatische maandelijkse afschrijving voor het abonnement en voorschot op de verbruikskosten. De meesten accepteren daarbij alleen maar een automatische afschrijving van een Franse bankrekening. Dus vandaar dat ik het openen van de bankrekening als eerste stap heb aangegeven. Veel van die aanmeldingen gaan tegenwoordig on-line of per telefoon, alvast een goede oefening voor twee onontbeerlijke talenten die je moet hebben om prettig te leven in Frankrijk: formulieren invullen en telefoongesprekken voeren (ja, ook met heel rad pratende Fransen; had ik al eens geschreven dat er Frans gesproken wordt in Frankrijk en dat heel veel van je voorbereidingstijd had moeten gaan zitten in het Frans leren…?)

3. Aanmelding bij de afdeling SIP (Service Impôts Particuliers) van je lokale Franse belastingkantoor.
In Nederland meld je je aan bij de gemeente, als nieuwe inwoner, in Frankrijk bij de belastingdienst. Een fysiek bezoek is niet verplicht (ook dit kun je weer on-line regelen), maar is wel zeer aan te raden! De nagenoeg altijd vriendelijke en behulpzame belastingambtenaren in Frankrijk willen je graag wegwijs maken in je rechten en plichten en ze hebben altijd wel een paar goede tips. En als je volgend jaar hulp nodig hebt met het invullen van je belastingaangifte Impôts sur le Revenu (= Inkomstenbelasting), dan heb je al een naam van een vriendelijke belastingambtenaar!

4. Kennismaking op de Mairie.
Behalve als je leerplichtige kinderen meebrengt, is er geen formele reden om je te melden op de Mairie, maar telefonisch of on-line een afspraak maken met de burgemeester, om kennis te maken als nieuwe inwoners van het dorp, is een aanrader. Pakje stroopwafels mee is ook een aanrader (of iets anders typisch Nederlands; maar een bos bloemen zou ik niet doen, dat is te persoonlijk voor een eerste kennismaking). Misschien tref je een praterige burgemeester, die honderduit vertelt over de gemeente, misschien tref je een hele zakelijke burgemeester. Het maakt niet uit, je hebt een belangrijke eerste stap gezet in het dorp en dat wordt gewaardeerd. Je hoeft ook geen zaken te doen in dat eerste gesprek, slechts jezelf presenteren en belangstelling tonen voor het reilen en zeilen in je nieuw woonplaats. Tip: vergeet de secretaresse niet van de Mairie (ook niet met de stroopwafels): zij is namelijk de persoon die alles weet, een belangrijke vraagbaak voor nieuwkomers!

5. Welkomstborrel.
Wacht niet te lang met het uitnodigen van de buren voor een welkomstborrel (bij voorkeur tevoren in persoon langs gaan!)  Ook zij zijn geïnteresseerd in de nieuwe bewoners. Het meest veilige is een apéro: die begin om 18 uur en eindigt vanzelf om 20 uur als iedereen naar huis gaat om te eten. Dat is lang genoeg voor een eerste kennismaking. Bubbels zijn natuurlijk prima (maar dan wel echte champagne of een lokale crémant) en daarna bier of wijn, bij voorkeur met enkele zelfgemaakte borrelhapjes (en probeer daar ook een Nederlands tintje aan te geven…). Ik heb al mening geamuseerde discussie gehad tijdens een borrel met Fransen over de aard, historie en smaak van bitterballen. Maar niet overdrijven… De eerste keer niet gelijk een apéro-dinatoire, met zoveel hapjes dat het de avondmaaltijd vervangt, dat is goed voor een volgende bijeenkomst. Tip: schenk hetzij goede lokale wijnen of neem Nederlandse wijn mee. Natuurlijk geen Bordeaux wijnen schenken als je nieuwe woonplaats midden in het Rhône wijngebied ligt!

In mijn volgende bijdrage: stap 5 aankomst in Frankrijk, deel 2 (speciaal voor ondernemers).


In dit stukje wil ik mij speciaal richten op ondernemers. Als je goed bent voorbereid op je emigratie naar Frankrijk (zie de stappen 1 t/m 4 eerder gepubliceerd op deze site) dan kan het bedrijf heel snel van start en kan dus het gewenste of noodzakelijke inkomen worden verdiend.

1. Je gaat pas beginnen met het oprichten van je bedrijf, na aankomst in Frankrijk.
Dit betekent dat je voor vertrek iets moet regelen om er voor te zorgen dat je niet tussen de wal en het schip valt v.w.b. je ziektekostenverzekering. Mogelijk zijn: de inschrijving in Nederland verlengen door het aanvragen van een postadres (moet bij de Nederlandse belastingdienst, maximaal 9 maanden geldig) of door je nog een tijdje elders in Nederland in te schrijven (bv bij familie) of door een tijdelijke overbruggingsziektekostenverzekering af te sluiten. Daar zijn meerdere aanbieders van, de bekendste is Oom Verzekeringen (https://www.expatverzekering.nl/).
Emigranten die een huis aanhouden in Nederland kunnen op hun gemak alles regelen in Frankrijk, om zich daarna pas uit te schrijven.
De eerste stap voor het oprichten van een Frans bedrijf is uitzoeken of je bedrijfsactiviteit gereglementeerd is of niet (zie hier: https://bpifrance-creation.fr/). Zo ja, dan moet je eerst zorgen dat je aan alle eisen van het reglement voldoet, anders zal je bedrijfsinschrijving worden afgewezen. Vervolgens moet je besluiten welke bedrijfsvorm het beste bij je past. Er zijn er 22, maar in de praktijk worden er slechts enkele gebruikt door emigranten. De meeste Nederlanders richten een entreprise individuelle op (in geval die kiest voor een bijzonder simpel belastingregime, namelijk het micro-régime, wordt dit een micro-entreprise genoemd) of een SARL (de meeste gebruikte vorm voor een Franse BV; andere vennootschapsvormen, die ook wel worden gebruikt zijn EURL, SAS en SASU), zie verder hier voor de meest gebruikte bedrijfsvormen: https://www.ondernemen-frankrijk.nl/uw-bedrijf-in-frankrijk/bedrijf…
Als derde stap moet je bepalen bij welke inschrijfinstantie je moet zijn. Er zijn er (nog) zes, en de keuze wordt bepaald door de bedrijfsactiviteit (en inderdaad dat levert een heleboel gezeur en getouwtrek op tussen die inschrijfinstanties, waar hopelijk een einde aan komt als ze volgend jaar gaan fuseren) Zie verder hier: https://www.ondernemen-frankrijk.nl/uw-bedrijf-in-frankrijk/inschri…
Als dit alles is bepaald kan het bedrijf worden ingeschreven. Daarvoor heeft de Franse overheid een speciale website geopend: https://www.guichet-entreprises.fr/fr/demarches_en_ligne/formalites…. Als je er niet helemaal uitkomt, zijn er vele mogelijkheden voor het inroepen van hulp: de accountant in je dorp, de afdeling CFE (Centrre des Formalités des Entreprises), in geval je je moet inschrijven bij de CMA of de CCI. En ook ik kan een handje helpen.
Pas als al deze stappen zijn doorlopen ontvang je een extrait k(bis), de Franse versie van wat we in Nederland het uittreksel KvK noemen. Je krijgt ook een SIRET/SIREN-nummer, het equivalent van een KvK-nummer. Pas dan bestaat je bedrijf echt en kun je gaan ondernemen.

2. Je hebt, voorafgaande aan de emigratie, het bedrijf al opgericht op laten oprichten vanuit Nederland
Dat betekent dat je de hierboven beschreven stappen hebt doorlopen, nog voordat je uit Nederland vertrok en dat je dus bent ingeschreven bij de afdeling SIE (Service Impôts d’Entreprises) van de Franse belastingdienst en bent aangemeld bij de CPAM, de ziektekostenverzekeraar voor o.a. ondernemers (behalve ondernemers in agrarische activiteiten, die worden verzekerd bij de MSA). Je kunt dan met een gerust hart jezelf uitschrijven bij je Nederlandse gemeente, je hebt dan immers al een Franse ziektekostenverzekering op de dag van emigratie.
Verschillende instanties, waaronder de CPAM, de URSSAF (voor de afdracht van sociale premies voor ondernemers waaronder de pensioenpremie) en ook de belastingdienst zullen nog welkomstbrieven sturen, uiteraard vergezeld van nog in te vullen formulieren. Ik heb al eerder opgemerkt dat het talent voor het invullen van overheidsformulieren zeer goed te pas komt als je in Frankrijk woont!. De meeste formulieren vragen gewoon weer naar de bekende weg, alleen de CPAM zal nog een aanvullende vraag hebben: ze willen een uittreksel uit het geboorteregister (af te geven door de gemeente waar je bent geboren, niet de gemeente waar je het laatst stond ingeschreven) dat niet ouder is dan drie maanden (alsof je nog ooit elders of op een andere datum geboren zou kunnen worden…).
Bij de inschrijving van je bedrijf is gelijk je basis-ziektekostenverzekering geregeld, zo je wil ook van je partner, die wordt dan ‘conjoint collaborateur’, al is dat lang niet altijd de goedkoopste oplossing voor het verzekering van de partner. Leerplichtige thuiswonende kinderen zijn automatische meeverzekerd, op de polis van de ondernemer. Net als in Nederland is de tandarts niet inbegrepen in de basisverzekering. Frankrijk kent vele vormen van aanvullende ziektekostenverzekeringen (officieel een ‘compliment’ geheten, maar meestal een ‘mutuelle’ genoemd). Er zijn meerdere commerciële partijen die een mutuelle aanbieden en je kunt er menig regenachtige zondagmiddag mee bezig zijn om al die verschillende verzekeringspakketten uit te pluizen.
In geval je hebt gekozen voor een TVA-plichtig bedrijf, zal de Franse belastingdienst je bedrijf een TVA-nummer toekennen, ongeveer een week na bevestiging van de inschrijving van het bedrijf.
Als dit allemaal is geregeld dan wordt het tijd voor het inschakelen van een expert comptable, die je boekhouding kan opzetten en kan zorgen voor de verplichte jaaraangiftes belastingen en TVA en het deponeren van jaarstukken. Dit alles tenzij je hebt gekozen voor de micro-entreprise, dan heb je helemaal geen boekhouder nodig. Er zijn verschillende boekhoudkantoren met Nederlandstalig personeel in Frankrijk (nog veel meer met Engelstalig personeel). Dat is comfortabel bij de start van het bedrijf, maar ik wil je in overweging geven om eens te gaan praten met de accountant in het dorp, dat is een goede oefening om het Franse ondernemersjargon snel onder de knie te krijgen ( had ik al een gemeld dat er Frans wordt gesproken in Frankrijk?).

In mijn volgende bijdrage: stap 5 aankomst in Frankrijk, deel 3: nog enkele andere zaken die geregeld moeten worden.


In deel 1 en deel 2 van stap 5 heb ik de belangrijkste zaken besproken die onmiddellijk na aankomst in Frankrijk geregeld moeten worden, voor iedereen (deel 1) en speciaal voor ondernemers (deel 2). In dit deel 3 wil ik nog enkele onderwerpen behandelen, gebaseerd op praktische ervaringen van emigranten van de laatste jaren. Het motto van dit stukje is: Maak je niet druk, het komt goed!

Ik heb wel eens gelezen dat verhuizen één van de drie belangrijkste stressfactoren is voor een relatie… Kun je nagaan wat verhuizen met jou en je relatie doet als dat naar een ander land, een andere cultuur is! Waar ook nog eens andere gewoontes gelden en een andere taal wordt gesproken (had ik al eens geschreven dat er Frans wordt gesproken in Frankrijk…en dat dus Frans leren het allerbelangrijkste is wat je moet doen in de voorbereiding van de emigratie?). Ga alleen emigreren naar Frankrijk als je behoorlijk stressbestendig bent, blijf anders lekker in het aangeharkte Nederland wonen!

1. Het numéro de sécurité social (in Frankrijk meestal ‘sécu’ genoemd)
Nederlanders hebben een BSN-nummer en een DigiD-code voor toegang tot een heleboel digitale overheidsdiensten (tip van Ine in reactie op een eerdere aflevering van deze serie: zorg dat je je DigiD-toegang goed hebt geregeld voor je uit Nederland vertrekt, je kon hem nog wel eens nodig hebben in Frankrijk en vanaf daar is het een stuk ingewikkelder om die te regelen).
Ook Frankrijk gaat nu in heel hoog tempo over op gedigitaliseerde overheidsdiensten en voor elke dienst, voor elke toegang, wordt allereerst je sécu gevraagd. Elke Fransman en Française krijgt een sécu toegekend bij geboorte en daar zijn al die digitale overheidsdiensten op gebouwd. Met als gevolg dat emigranten bij de meest uiteenlopende overheidsdiensten geen toegang krijgen wegens het ontbreken van een sécu. Let op: bij de inschrijving van je Franse bedrijf krijg je een tijdelijk sécu toegekend, maar helaas biedt die geen toegang tot heel veel overheidsdiensten.
De afgifte van een sécu aan emigranten is toegewezen aan één, zwaar overwerkt en onderbemenst, overheidskantoortje in Parijs, met een enorme werkachterstand en een ondoorgrondelijke wijze van werken. Wij zien bij klanten dat een sécu soms al binnen enkele weken na aanvraag wordt toegewezen en soms pas na 9 maanden of langer. We hebben dat zelfs meegemaakt bij één stel die gelijktijdige een sécu had aangevraagd! Wij zijn er tot nu toe niet in geslaagd om iemand op dat kantoortje per mail of telefoon te bereiken, of om het proces van afgifte van een sécu aan een emigrant te bespoedigen (als jij, lezer van dit stukje, daar wel in bent geslaagd, hou ik mij zeer aanbevolen voor wat advies!). Voor emigrant-ondernemers geldt dat hun sécu-aanvraag onderdeel uitmaakt van de inschrijfprocedure van hun bedrijf en voor emigrant-gepensioneerden is de sécu-aanvraag onderdeel van de inschrijving bij de CPAM voor de ziektekostenverzekering. En zonder sécu geen carte vitale en zonder carte vitale heel veel stress bij emigranten over hun zorgkosten en die stress kan vele maanden duren, soms wel een jaar.
Oplossing: geen paniek! Eenmaal ingeschreven bij de CPAM als ondernemer of gepensioneerde, geldt dat de zorgkosten zijn gedekt. Dat betekent dat de meeste zorgverleners, zelfs zonder dat je de carte vitale kunt laten zien, zorg zullen leveren conform de regels van de CPAM, al zullen er zeker zijn die cash betaling ter plekke wensen, waarna de verzekerde in de toekomst de betaalde zorgkosten kan terug vragen bij de CPAM. Je bent dus niet onverzekerd, ook al heb je nog geen carte vitale!!
En v.w.b. al die digitale overheidsdiensten, waar een sécu voor nodig is: er is nagenoeg altijd een andere weg, via de Mairie, de Préfecture of de afdeing SIP van je plaatselijke belastingkantoor of het regionale kantoor van de CPAM. De enige organisatie die ik ken die geen fysiek kantoor heeft, waar je langs kunt gaan als je geen elektronische toegang hebt, is de URSSAF (de organisatie die sociale premies int van ondernemers en die de pensioenopbouw regelt). Maar misschien kennen jullie nog andere overheidsorganisaties waarvoor dat geldt.
Conclusie: de sécu wordt steeds belangrijker voor toegang tot Franse overheidsdiensten, maar maak je niet te druk als je nog geen sécu hebt, ga gewoon langs bij de organisatie waar je wat van wilt hebben of weten. Rien ne remplace la présence!

2. Kinderen
Klanten geloven me niet als ik ze vlak voor de emigratie vertel dat hun zesjarige dochter over een half jaar beter Frans spreekt dan haar ouders en dan hun fouten zal gaan verbeteren. Toch is dat zo. Veel emigranten met kinderen maken zich zorgen over de integratie van die kinderen, meestal ten onrechte. Franse scholen zijn prima, over het algemeen, en verreweg de meeste scholen organiseren bijlessen voor kinderen met een Franse taalachterstand. Nederlanders moeten wel even wennen aan de schoolbus. Lopen of fietsen naar school is er maar zelden bij, zeker als je op het platteland woont, en vermijd dan de neiging om ze met de auto naar school te brengen. De schooldagen zijn lang en een belangrijk deel van de sociale interactie met leeftijdsgenoten speelt zich af in de bus van en naar school, en natuurlijk tijdens de schoollunch waarin kinderen, hoe jong ook, leren dat de maaltijd bestaat uit drie gangen en dat ze gedurende al die gangen gewoon moeten blijven zitten.
Het systeem is veel schoolser dan in Nederland en de schooldagen zijn lang. Voor de ouders is dat soms nog moeilijker dan voor de kinderen.
Er zijn meer dan voldoende zaken waar een verse immigrant in Frankrijk zijn volle aandacht aan moet besteden (lees vooral stap 1 nog eens van deze reeks), laat die kinderen maar doen, dat komt wel goed.
Toch nog één punt van waarschuwing: emigreren naar het platteland van Frankrijk met tieners is een uitdaging. In Nederland zijn ze vrijheid gewend, alles met grote dank aan de Nederlandse schoolfiets, in Frankrijk bestaat die vrijheid niet. Voor veel tieners is het dan ook lastig. Een relatief groot deel van de mislukte emigraties ligt aan de tieners die mee moesten. Als je tieners niet staan te springen om meegenomen te worden in de emigratieplannen van hun ouders, zou je kunnen overwegen om nog een paar jaar te wachten met de emigratie, tot ze zelfstandig zijn. Of om nu al, zo snel mogelijk, te gaan, nu het nog geen tieners zijn.

3. Auto en rijbewijs
Kijk er de kolommen van dit forum er maar op na, er wordt verschrikkelijk veel geschreven over dit onderwerp. Mag ik een paar praktische adviezen geven: verleng je rijbewijs nog voor vertrek, zodat je er nog een aantal jaren mee verder kunt. Zolang je rijbewijs de uiterste datum nog niet heeft bereikt kun je er onbeperkt mee rijden in Frankrijk, ook in auto’s met een Frans kenteken. Tegen die tijd zal ongetwijfeld de rijbewijsomzetting naar een Frans rijbewijs, via het nieuwe Franse elektronische systeem, helemaal soepel lopen.
Tenzij je erg gehecht bent aan je auto, nog een advies: verkoop je auto in Nederland, of je auto met Nederlands kenteken als hij eenmaal in Frankrijk staat aan een remigrant, via een advertentie in dit forum en ga gewoon naar een dealer. ‘Doe mij die blauwe maar,’ (maar dan natuurlijk in het Frans) is voldoende om het hele potentiële probleem van importeren van een auto in één keer achter je te laten. Die blauwe wordt gewoon afgeleverd met een Frans kenteken, maar nog wel even afrekenen, niet allen de aankoopprijs, maar ook de kentekenbelasting (slechts éénmalig, daarna nooit meer zolang je die specifieke auto houdt) en mogelijk ook milieubelasting (die fors kan oplopen voor zwaar vervuilende motorvoertuigen. € 10.500 aan éénmalige milieubelasting hoorde ik laatst voor de invoer van een vijfendertig jaar oude Landrover met dieselmotor. Deze emigrant heeft toen maar besloten om hem in Nederland te verkopen).
Natuurlijk is importeren mogelijk, de dealer van je merk kan daar bij helpen en er zijn ook enkele Nederlandstalige dienstverleners die deze service bieden. Maar pas op: bouwjaar 1998 is de drempel: alle voertuigen met een bouwjaar van voor dat jaar hebben een stuk ingewikkelder procedure (lees: veel meer papierwerk) dan jongere voertuigen.
Overigens mag je nog zes maanden na emigratie blijven rondrijden met je Nederlandse kenteken, maar geen enkele emigrant wil dat: de Nederlandse houderschapsbelasting loopt gewoon door en die kan behoorlijk fors zijn en met een Frans kenteken is die nul.

In mijn volgende bijdrage: stap 6 de afronding van de emigratie: je bent nu volledig Frans ingezetene!


Als je alle voorgaande 5 stappen hebt gevolgd, zie elders op deze site, dan ben je al heel ver gevorderd met je emigratie. Je woont in Frankrijk, je hebt de eerste stap gezet met kennismaking met de buren en het land en de cultuur (als inwoner en dat is anders dan als toerist) en je bent hard op weg om je inkomen te generen, zoals je dat tevoren hebt gepland (zie stap 1). Er moeten nu nog slechts enkele dingen worden afgerond om van een volledige emigratie te kunnen spreken.

In Nederland
Bij uitschrijving uit je Nederlandse gemeente gaat er een berichtje naar de belastingdienst. De belastingdienst zal (het kan even duren, maar het zal echt gebeuren) een brief sturen naar je Franse adres met het verzoek om een M-formulier in te vullen. Dat kan elektronisch, zoals je al gewend was met de aangifte inkomstenbelasting. Er is een verplichting tot het doen van aangifte, wat niet wil zeggen dat je nog wat schuldig bent aan Nederland of wat terug krijgt, dat hangt puur van je individuele situatie af. Dat M-formulier is in feite een eindafrekening met Nederland op alle gebieden van de belasting, behalve als je nog in dienst bent van een Nederlandse werkgever of nog onroerend goed of een bedrijf in Nederland hebt achtergelaten.

In dienst blijven bij je Nederlandse werkgever, terwijl je in Frankrijk woont is natuurlijk mogelijk binnen de Europese regels en komt steeds vaker voor met dank aan al die corona-ervaringen met op afstand werken en de relatief hoge kwaliteit van Franse internetverbindingen. En het geeft een zeker inkomen aan emigranten en dat is veel waard. Toch komen de meeste emigranten hier na enige tijd van terug, immers: Nederland heft relatief hoge loonbelasting en relatief lage sociale lasten en in Frankrijk is het precies omgekeerd. Een emigrant die nog in Nederlandse loondienst is, betaalt dus hoge loonbelasting in Nederland en hoge sociale lasten in Frankrijk. Ik heb dat eens uitgerekend voor een modaal inkomen en dat kan zo maar 10-15% op je bruto salaris schelen! De meeste emigranten stoppen hier dan snel mee en zetten hun arbeidscontract om een een toeleveringsrelatie tussen hun nieuw op te richten Franse bedrijf en hun voormalige werkgever. Dat scheelt bijna altijd echt heel veel geld, maar de arbeidszekerheid en daarmee inkomenszekerheid is natuurlijk minder.

In geval van onroerend goed gaat de Nederlandse overheid vermogensbelasting (= Box 3) heffen en die kan fors uitvallen. Belastingheffing over onroerend goed is in het Frans-Nederlandse belastingverdrag immers toegewezen aan het land waar het onroerend goed zich bevindt, niet aan het land waar de eigenaar woont. Ter compensatie zijn eventuele huurinkomsten belastingvrij, zowel in Nederland als in Frankrijk. Hoewel er natuurlijk niets op tegen is om als inwoner van Frankrijk onroerend goed te bezitten in Nederland, komen veel emigranten er na verloop van tijd achter dat het aanhouden van onroerend goed in Nederland een dure liefhebberij is, als je alle kosten van lokale belastingen en heffingen, nutsvoorzieningen en box 3 bij elkaar optelt. Mijn advies: verkopen die handel, nu de Nederlandse onroerend goed markt zo hot is.

In geval je nog een bedrijf hebt achtergelaten in Nederland moet je een keuze gaan maken. Is dat een vennootschap, waarin je samen met anderen aandelen bezit, dan verandert er niets als je emigreert. Uit te keren dividenden zijn belast in Nederland, maar de belasting kun je later terugvragen en vervolgens moet je het dividend in Frankrijk opgeven bij je inkomstenbelasting en er daar belasting over betalen (in veel gevallen betaal je dan meer). Bij eventuele verkoop van die aandelen betaal je in Frankrijk bovendien winstbelasting. Gaat het om een vennootschap waarvan je Directeur-Groot Aandeelhouder (DGA) bent, dan moet je een bewindvoerder aanstellen, in geval je de BV in Nederland gevestigd wil houden. In veel gevallen is het gunstiger om een Franse vennootschap op te richten, alle bezittingen van de Nederlandse vennootschap te verkopen aan dat Franse bedrijf en vervolgens de Nederlandse vennootschap op te heffen. Inderdaad, dan moet er belasting afgerekend worden, maar dan ben je wel bevrijd van de relatie met de Nederlandse belastingdienst.
In geval van een VoF of een eenmanszaak of zzp-inschrijving: die kan niet blijven bestaan na emigratie: hij moet voor het einde van het belastingjaar van emigratie opgeschoond en opgeheven zijn. Dus als je vandaag zou emigreren, dan heb je nog tot 31-12-2021 de tijd om je eenmanszaak op te heffen en uit te schrijven bij de KvK.

In Frankrijk

Gepensioneerden en werknemers hoeven verder niet zoveel meer te doen in Frankrijk om hun emigratie af te ronden. Behalve hun Frans fors verbeteren en dat gaat niet lukken als je alleen maar Engels of Nederlands spreekt overdag en in het dagelijkse leven niet veel meer doet met je Frans dan quarte pain au chocolat bestellen bij de bakker ‘s ochtends. “We leren het vanzelf wel als we eenmaal in Frankrijk zijn,” is een bekend misverstand. Het is geen overbodige luxe om verder te gaan met Franse lessen, of misschien een Franse conversatieclub. Niet alleen goed voor je Frans, maar ook goed voor het leggen van nieuwe relaties. En als je dan echt je Frans ineens heel hard nodig hebt (midden in de nacht begint je dak te lekken en je belt in paniek een 24h reparatieservice….) dan heb je je Frans ook paraat!

Ondernemers moeten nog wat meer doen: een netwerk opbouwen. Toeristische ondernemers zouden zich kunnen aansluiten bij het Office du Tourisme (nee, daar komen geen reserveringen meer vandaan, zoals vroeger, maar je doet er wel waardevolle kennis en kennissen op). Ook voor vele ander beroepsgroepen bestaan er overkoepelende organisaties, waar je lid van kunt worden.
Je bent als ondernemer pas echt goed op weg met je emigratie als je het jaarfeest van het dorp mee hebt helpen organiseren en hebt overleeft. Elk dorp in Frankrijk heeft zijn eigen jaarlijkse dorpsfeest, bij voorbeeld het begin of einde van wijnoogst, of van de heilige Sint Juttemis of van de Rose Knoflook (die bestaat echt: in het dorp Lautrec in de Tarn: https://www.ailrosedelautrec.com/219-prochaine-fete-ail-rose-lautre…)
Als ondernemer dien je iets te doen voor het jaarfeest: je kunt wat sponsoren, of goederen ter beschikking stellen (of eten of drinken), al sta je maar ’s ochtend om acht uur met de stoelen en tafels te sjouwen. Tegen een uur of elf wordt er begonnen met het aperitief, gevolgd door een uitgebreide traditionele viergangenmaaltijd (In Lautrec elke gang met knoflook) en natuurlijk koffie en een digestief. Gevolgd door dat moeilijke uurtje tussen vijf en zes uur, waarna alles weer van voren af aan begint voor het diner: apéro, copieuze maaltijd, koffie en digestief (tegen die tijd spreekt niemand meer Frans, of juist iedereen, dat kan ik me niet meer zo goed herinneren…). Als je dat de hele dag volhoudt en er nog lol aan beleefd ook, ja dan is je emigratie echt helemaal afgerond.

In mijn volgende en laatste bijdrage in dit stappenplan. Stap 7 die jullie hopelijk niet hoeven te maken: mislukte emigraties en de redenen daarvoor.


 

Hierboven heb ik de emigratie van Nederland naar Frankrijk uitgelegd in 6 stappen. Deze zes stappen waren gebaseerd op de praktijk van emigranten die je zijn voorgegaan en ik hoop dat je er je voordeel mee kunt doen, als je ook rondloopt met emigratieplannen.

Maar de helft van de emigranten die het emigratieproces hebben doorgemaakt, maakt een zevende stap, en wel binnen drie jaar na vertrek: terug naar Nederland. En van de overigen woont na zeven jaar ook nog maar de helft in Frankrijk. Dus slechts een kwart van alle emigraties is ‘permanent’ (als je tenminste ‘na 7 jaar nog steeds woonachtig in Frankrijk’ als ‘permanent’ wilt beschrijven).

Helaas zijn er alleen maar publicaties te vinden over het aantal remigranten, wij kennen er geen (behalve een enkel anekdotisch artikel) over remigratie-motieven van Frankrijkgangers. Naar onze ervaring zijn dit de belangrijkste redenen voor terugkeer naar Nederland, in volgorde van het vaakst naar het minder vaak voorkomend, zoals wij die in de afgelopen vijftien jaar hebben opgetekend uit verhalen van remigranten:

1. Heimwee
Heimwee is een aandoening die door omstanders vaak niet wordt begrepen, soms zelfs niet eens door de eigen partner. Het klinkt ook vaak ridicuul. Je zit te genieten in het zonnetje op het terras van je prachtige Franse huis, uitzicht over de vallei, een bon vin blanc onder handbereik en ineens mis je…de motregen, of het praatje pot met de buurvrouw over de heg, of de boerenkaas van de weekmarkt. De meeste mensen die lijden onder heimwee kunnen moeilijk onder woorden brengen waar ze dan zo’n heimwee naar hebben. Maar het is een serieuze aandoening, die in de meeste gevallen pas over gaat met remigratie. Een rationele uiteenzetting hoe goed je het wel niet hebt in Frankrijk en hoe waardeloos Nederland eigenlijk wel niet is, is geen geneesmiddel.
Voor ons komt het ook meestal totaal onverwachts. Klanten waren goed voorbereid (alle voorgaande zes stappen helemaal doorlopen), ze waren heel blij met hun Franse huis en hun start in Frankrijk en dan ineens slaat het toe. In de loop van de jaren hebben we drie groepen emigranten onderscheiden, waar de heimwee vaker lijkt toe te slaan dan bij andere groepen (en als je tot één van die drie groepen behoort, is het wellicht zinvol om de emigratieplannen nog eens heel goed door te spreken met de partner):
– Te weinig Frans. Ik heb het al eerder onthuld: in Frankrijk wordt Frans gesproken! ‘ik leer het wel als we eenmaal in Frankrijk wonen’ is niet goed genoeg. Te weinig beheersing van het Frans leidt tot argwaan: wat zegt de buurvouw nu weer? Wat wil de overheid van me met dit onbegrijpelijke formulier? En argwaan leidt vaak tot verheerlijking van Nederland; daar kun je iedereen, ook de overheid begrijpen, daar heb je controle over je leven. Fransen zijn allesbehalve eng of naar, maar dat zul je pas voelen als je het Frans goed beheerst. We zien dat soms de slechte beheersing van de taal wordt bedekt door het begrip ‘heimwee’. Immers heimwee is niet je eigen schuld en te weinig Frans hebben geleerd voor vertrek kun je alleen jezelf verwijten. We kennen overigens ook Nederlanders die echt niet verder komen dan tien woorden Frans en toch volmaakt gelukkig zijn in Frankrijk….
– Emigranten met tieners naar het Franse platteland. In Nederland hebben tieners heel veel vrijheid, in Frankrijk is het schoolleven heel gereguleerd. Tieners leren ook niet meer zo gemakkelijk de taal, zoals een zesjarige dat doet. We kennen meerdere gevallen waar een tiener met heimwee de doorslag heeft gegeven om terug te keren naar Nederland, terwijl de ouders (en andere kinderen) het prima naar hun zin hadden in Frankrijk
– Het omagevoel. De leeftijd van de meerderheid van emigranten is eind veertig tot tegen de zestig. Zij emigreren naar Frankrijk als de kinderen het huis uit zijn (waren misschien eerst ouders van tieners die de verstandige keuze hebben gemaakt om nog maar even te wachten met de emigratie). Na verloop van tijd krijgen die achtergelaten kinderen relaties en zelf ook kinderen. Kleinkinderen op grote afstand kan tot gevoelens van heimwee leiden, die zo sterk zijn dat remigratie de enige optie is. Zonder rolbevestigend te willen zijn, zien we dit gevoel vooral bij oma’s en minder bij opa’s.

2. Relatieproblemen
In Nederland hebben jullie allebei een druk en zelfstandig leven. Voor heel veel emigranten gaat de overgang van Nederland naar Frankrijk gepaard met een overgang van ieder zijn eigen baan of bedrijf, naar een gezamenlijk bedrijf of gezamenlijk pensioen. Samen in business met je partner is op zichzelf al een uitdaging voor veel koppels (parenthese: ikzelf zou niet anders meer willen) en de uitdaging verdubbelt als je daarmee een start maakt in een vreemd land en vreemde cultuur. In grote delen van Frankrijk en zeker op het platteland, gebeurt er helemaal niets in januari, gaan de luiken dicht en zit je daar tegen elkaar aan te kijken als koppel. En dan moet het nog februari worden. Ook in februari gebeurt er helemaal …niets op het platteland. We zien elk jaar in de lente een remigratiegolfje onder onze (voormalige) klanten, om deze reden. Vaak gaat er dan één van het stel terug naar Nederland en blijft de ander achter en dan moet het bedrijf en/of het eigendom van de woning aangepast worden.

3. Onvoldoende financiële middelen
Veel emigranten steken hun allerlaatste centen in het Franse huis, omdat een hypotheekloos leven een lekker leven lijkt (maar natuurlijk ook omdat het verkrijgen van een hypotheek op een aankoop in Frankrijk echt niet zo gemakkelijk is). Maar dat betekent dat de eerste de beste tegenvaller (een lekkend dak, een ontplofte verwarmingsketel of de omzet die toch trager op gang komt dan verwacht) tot ernstige financiële problemen leidt. In de ergste gevallen tot een gedwongen terugkeer naar Nederland, waar dan heel vaak het oude beroep weer wordt opgepakt. De richtlijn is dat je op de dag van aankomst in Frankrijk, voldoende cash moet hebben om het minimaal zes maanden vol te houden, zonder inkomen. Moet het inkomen komen uit een toeristische activiteit en is de datum van aankomst in de herfst, reken dan maar op driekwart jaar. En koop je een ‘opknapper’, zoals dat vaak eufemistisch wordt genoemd door makelaars, ook dan is een grotere buffer aan te raden (een huis opknappen kost nu eenmaal altijd meer dan gedacht, ook in Frankrijk). Dus: ben tevreden met een wat goedkoper huis, zodat je een buffer houdt, of probeer toch een gedeeltelijke financiering te regelen, ook al kost dat meer moeite. Heb je uiteindelijk dat geld van de financiering niet nodig, omdat de tegenvallers uitblijven, dan geef je het gewoon terug aan de financier. Gezien de rentestanden kost dat nagenoeg niets.

4. Slechte voorbereiding
We kennen gevallen van Nederlanders die zich helemaal niets hebben aangetrokken van de eerdere zes stappen in het emigratieproces, gewoon zijn gegaan, zich door alle tegenslagen hebben heen geworsteld en uiteindelijk een goed en gelukkig leven leiden in Frankrijk. Maar we kennen ook genoeg gevallen waarbij een slechte voorbereiding leidt tot een mislukte emigratie. Het Frans leren heb ik hierboven al genoemd, maar er zijn twee andere gebieden van slechte voorbereiding die in opvallend veel gevallen leidt tot remigratie:
– Het aankoopproces van het huis. De Franse wet staat heel erg aan de kant van de koper, maar de verkoper natuurlijk niet en de makelaar ook lang niet altijd. Er kunnen bepalingen staan in het koopcontract of de bijlagen, die een ernstige beperking vormen voor de plannen. Meest bekend is natuurlijk de veronderstelling die emigranten hebben dat hun inkomen zal voortkomen uit bv een camping, terwijl op die plek de exploitatie van een camping helemaal toegestaan blijkt te zijn. Dat had de koper kunnen weten als hij het koopcontract goed had gelezen. Het grote gevaar van een Frans koopcontract (tegenwoordig meestal meer dan 30 pagina’s zwaar juridisch Frans, met zo’n 50-100 pagina’s aan bijlagen) is niet wat er allemaal in staat, maar wat er is weggelaten. En als je nooit eerder zo’n contract hebt gezien, zie je het gevaar niet, zelfs als je uitstekend Frans leest! Er zijn emigranten die denken dat het wel goed zal zitten en die later worden geconfronteerd met beperkingen die hun woongenot of hun inkomen zodanig ernstig schaden, dat ze liever terug gaan naar Nederland. Dus: laat het koopcontract controleren door iemand die eerder zo’n ding heeft gezien om te voorkomen dat je in deze categorie remigranten komt.
– Speciaal voor ondernemers: de inschrijving van het bedrijf. Er zijn nog steeds Nederlanders die denken dat alles mag in Frankrijk, zolang je maar niet wordt betrapt (dat is ook zo!), maar die de pakkans ernstig onderschatten. Frankrijk heeft per hoofd van de bevolking anderhalf keer zoveel ambtenaren als Nederland en veel van die ambtenaren worden ingezet voor controle. De Franse samenleving is meer gebouwd op wantrouwen en controle, dan op vertrouwen. Dus geen bedrijf inschrijven en alles zwart doen is echt een heel slecht idee in Frankrijk! Maar ook een bedrijf inschrijven met een bedrijfsactiviteit die niet overeenkomst met de werkelijkheid is vragen om problemen (al kun je soms creatief zijn in de beschrijving van die bedrijfsactiviteiten om bijvoorbeeld de idioot gedetailleerde regels en voorschriften in de agricultuur te omzeilen). De URSSAF (voor de sociale lasten) en de Franse belastingdienst (voor de bedrijfsbelastingen en inkomstenbelasting) zijn in het algemeen heel vasthoudend als het gaat om verdenkingen van fraude. Vaak zo vasthoudend dat de betrapte ondernemer liever terug naar Nederland gaat dan het gevecht aan te gaan met de Franse bureaucratie.

Over bureaucratie gesproken: sommige emigranten worden helemaal gek van het steeds weer opnieuw moeten invullen van allerlei formulieren van allerlei overheden en semioverheden, met vaak steeds maar weer opnieuw dezelfde informatie, met steeds maar weer opnieuw dezelfde bijlagen. Het toppunt vind ik nog altijd de eis dat een uittreksel uit het geboorteregister van de Nederlandse gemeente waar je bent geboren, in Frankrijk niet ouder mag zijn dan drie maanden. Alsof je nog ooit op een andere plaats of datum geboren kunt worden…. Toch is mijn advies voor hen die door veel administratie en formulieren overwegen om te gaan remigreren: even doorbijten: het zal nooit beter worden, maar uiteindelijk gaat het wel wennen!

Volgende keer, in de allerlaatste bijdrage in deze serie emigratiestappen: stap 7 Toch terug? Deel 2: enkele praktische zaken bij remigratie

Wim

 

Verwante berichten