Eindejaarsgeluk in Frankrijk!

In Frankrijk kunt u pas echt gelukkig zijn als u in Troyes, Sens, Rouen, La Baule of in le Puy woont. Voor de rest is het maar behelpen, want er is één ding dat u zult missen, zeker in deze maand: ‘de oliebol’! Nu boerenkool als ‘vergeten’ groente in iedere ‘Grand Frais’ te koop is, is er weinig meer over van onze ‘heimwee keuken’. Jammer? Ja, eigenlijk wel want wat is er nou fijner om af en toe dat surrogaat heimwee voedsel gevoel te hebben naar ‘thuis’, naar ‘vroeger’. ‘De oliebol’, de onbebouwde heimwee akker. Het is maar goed dat ‘we’ Albert Berth hebben gehad. Albert Berth? Zult u zeggen, ja zeker. Albert, die net na de oorlog in 1946 de verwoeste stad Nijmegen achter zich liet en na een maand ontberingen en omzwervingen in Troyes terecht kwam.
Het was een koude winter en omdat hij uit een bakkersfamilie kwam was hij gaan werken bij bakkerij ‘Sicault’ aan het grote plein.
En als je jong bent dan wil je wat. Hij werd verliefd op Evelyn, de jonge bakkersdochter. Hij trouwde met haar en als schoonzoon wilde hij toch iets ‘speciaals’ bijdragen aan het welslagen van ‘het familiebedrijf’. ’s Avonds na sluitingstijd experimenteerde hij wat met een krom geslagen enorme soep-gamel, olie, deeg, appels en krenten. Een oud Nijmeegs recept beweerde hij. In maart van dat jaar had hij zijn kans schoon gezien bij de ‘Foire de Mars’ die ieder jaar gehouden werd op het plein.
‘s Morgens vroeg had hij zijn enorme pan naar buiten gesjord, het vuur goed opgestookt en had hij zijn eerste appelflappen en oliebollen gebakken.
Hij had beginnersgeluk gehad, want het was stervenskoud geweest die dag en dan gaan de zaken makkelijk….
Daarna was het bijna als vanzelf gegaan…. de ijzige voorjaarskoude had zijn roem in één keer door de hele streek verspreid.
Forains, ‘marktlui’ waren ze geworden. Een vaste winkel was niks voor hem en zijn Evelyn.
Zijn oliebollen noemden ze voortaan ‘Croustillons Hollandais…’ want ook hier geldt, wat van ver komt is lekker!
En geloof het of niet, als je hier in Le Puy over de ‘Croustillons Hollandais’ begint, gaat iedereen direct enthousiast vertellen over Albert en zijn kraam.
Ze staan hier altijd drie weken, al 45 jaar lang, op het ‘Place du Breuil’, midden in de stad.
En zo groeit ieder kind hier uit de streek op met ‘de oliebol’ .Ze zijn fantastisch! Drie man staan permanent deeg te rollen en zes vrouwen verkopen een onophoudelijke stroom beignets en oliebollen. De kraam, nou noem het maar rustig een ‘oliebollen paleis’ is wonderschoon. Overal Delfts blauw, een statie portret van Willem en Maxima, draaiende molentjes, oliebollen met poedersuiker en appelbeignets. Dan ben je pas even echt gelukkig, zomaar in Le Puy en Velay.
Ontbreekt er dan echt niets aan in deze ultieme ‘heimwee ervaring’. Ja er ontbreekt toch één klein detail. De krenten, die kom je niet tegen. ‘Les Corinthes’, daar houden ze hier niet van, weet een van de kleindochters van Albert me met te vertellen. Maar zegt ze, die mist niemand hier en dat klopt want wat je niet weet, mis je ook niet.
Daar hebben ze nou een keer ‘heimwee’ voor uitgevonden.

Verwante berichten