De buurvrouw

Door: Ashja vd Akker en Ed Langermans, uit: Et Voila
Vandaag een kort verhaal over een oude dame over wie ik graag en vaak schrijf:
de buurvrouw.
Voor groot werk aan haar planten, die in potten voor haar huis staan, trekt ze een speciaal jasschort aan. Soms is ze gewapend met een plantenschaar, soms draagt ze alleen haar oude tuinhandschoenen. Haar bezem is nooit ver weg want dat is letterlijk haar ‘steun en toeverlaat’.
In de zomer stapt ze voor dag en dauw in een gebloemde peignoir naar buiten om haar planten water te geven. Dat doet ze met een gele, plastic gieter die zeker veertig jaar oud is. Ze is slecht ter been. Dus als ze water voor haar rozen, geraniums, hortensia’s en vlijtige liesjes uit de pomp tegenover haar huis op het plein haalt, is ze wel even onderweg.
Terug bij haar planten bukt met haar kromme rug in slow motion om een paar bruine bloemblaadjes weg te halen. Als ze weer overeind komt schuifelt ze behoedzaam naar een oude emmer waar straks ook de andere bruine blaadjes in terecht zullen komen. Ze is onvermoeibaar als het haar planten betreft, haar planten zijn dan ook de mooiste van het hele dorp.
Ze is dik in de tachtig. Om de week belt er een mollige, jonge man met een zwarte koffer bij haar aan. Als hij vertrekt zit haar donkerblonde haar weer bijna twee weken perfect in de krul. Ze is slank. Ze zou het liefst jurken dragen zoals ze vroeger deed, maar door haar kromme rug en afgenomen boezem is dat volgens haar ‘geen gezicht’ meer. Dus draagt ze broeken. Onder haar oude-dames-truitjes draagt ze vaak een hemdje afgezet met kant. Met een beetje kou slaat ze een vestje om de smalle schouders. Ze stift iedere dag haar lippen en om haar nek hangt een touwtje met een alarmknop. Daar moet ze op drukken als er iets is. Laatst stond haar schoondochter, die een paar huizen verderop woont, opeens voor haar neus; ze had een zware pot opgetild en daarmee de knop in werking gezet. Niks aan de hand.
Ze zet een volle kan koffie op tafel en biedt ons koekjes aan uit een oud, blikken trommeltje. In haar keuken ruikt het naar schone was. Tijdens de koffie laat ze haar tranen de vrije loop als ze herinneringen ophaalt aan de zaterdagavonden dat ze met haar man ging dansen in een dorp verderop. Ze waren een knap stel. Als ze een tango op de radio hoort, schiet ze nog altijd vol. Het gemis is er na al die jaren niet minder op geworden.
Ze verlaat zelden het dorp. Haar schoondochter haalt boodschappen voor haar. Ze kookt iedere middag een bescheiden warme maaltijd voor zichzelf en luncht met de radio aan. ’s Avonds eet ze iets kleins; wat sla met een tomaat en een stukje komkommer en dan kijkt ze naar het nieuws en daarna naar een leuk liedjesprogramma. Ze gaat vroeg naar bed en slaapt met de luiken dicht.
Ze praat graag, vaak en met iedereen. Ze is nieuwsgierig en intelligent. Ze verbindt alle informatie die ze krijgt met elkaar en is daardoor de spin in haar eigen kleine web.
‘Ça va?’ is voor haar genoeg om een gesprek met je te beginnen. Een ophalende schouder of een knikje van de gesprekspartner is voor haar voldoende om een volgend onderwerp aan te snijden. Ze kent tout le monde en tout le monde kent haar. De bakker, de postbode, een dorpsgenoot, iedereen die bij haar aanklopt weet dat ze niet zonder een praatje wegkomen. Zo blijft haar kleine wereld groot.
Ze heeft humor en ze lacht graag. Ze is gul en altijd gastvrij. Ze houdt ondanks haar fysieke ongemakken nog steeds van het leven. En wij houden van haar.

Verwante berichten